Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Berkelland/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 9 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3217
Werknemer die zeven jaar wethouder was, heeft geen recht op verlenging van zijn politiek verlof bij zijn benoeming tot burgemeester in een nieuwe gemeente. Toewijzing ontbindingsverzoek werkgever Gemeente Berkelland zonder transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is per 1 september 2016 in dienst getreden bij de Gemeente Berkelland (hierna: Berkelland) op basis van een ambtelijke aanstelling. Berkelland heeft werknemer vanaf 20 juni 2018 politiek verlof verleend vanwege zijn benoeming als wethouder in een andere gemeente. In 2022 werd dit verlof vanwege de herbenoeming van werknemer verlengd. Op 31 maart 2025 verzocht werknemer nogmaals politiek verlof wegens zijn benoeming tot burgemeester in nog een andere gemeente, maar dit heeft Berkelland geweigerd. Berkelland verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer op de h-grond. Werknemer verzoekt voorwaardelijk een transitievergoeding en billijke vergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Berkelland heeft terecht werknemer geen politiek verlof verleend voor zijn benoeming tot burgemeester. Uit het overgangsrecht volgt dat het recht op politiek verlof niet blijft bestaan bij de benoeming in een ander politiek college, zoals hier het geval was. Berkelland heeft dus terecht geweigerd politiek verlof te verlenen aan werknemer. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de h-grond. De kantonrechter volgt de stelling van Berkelland dat de arbeidsovereenkomst inhoudsloos is geworden. Werknemer heeft minder dan twee jaar voor Berkelland gewerkt en heeft vervolgens zeven jaar politiek verlof genoten. Werknemer ging niet in op verzoeken van Berkelland de overeenkomst op te zeggen of tot een vaststellingsovereenkomst (zonder financiële aanspraken) te komen. Door de benoeming tot burgemeester kan werknemer ook de komende tijd niet werkzaam zijn bij Berkelland. Hierdoor ligt ook herplaatsing niet in de rede. Niets van het voorgaande wijst op verwijtbaarheid aan de zijde van Berkelland, laat staan ernstige verwijtbaarheid, waardoor toewijzing van een billijke vergoeding aan werknemer niet aan de orde is. Over de transitievergoeding overweegt de kantonrechter het volgende. Wanneer een arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op verzoek van een werkgever is deze aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd, tenzij de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Berkelland stelt niet dat er sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag door werknemer. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de transitievergoeding enerzijds dient om de gevolgen van het ontslag door een werkgever te verzachten, en anderzijds om de overstap naar een andere baan te vergemakkelijken. Geen van deze situaties doet zich voor: werknemer ontvangt al sinds medio 2018 geen loon meer van Berkelland vanwege het politiek verlof en bekleedt elders een betaalde voltijdfunctie. Naar het oordeel van de kantonrechter is Berkelland onder deze omstandigheden geen transitievergoeding verschuldigd. Gelet op de aard van het verzoek compenseert de kantonrechter de proceskosten.