Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Rotterdam/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:8803
Gemeenteambtenaar aansprakelijk voor schade na onrechtmatige toewijzing van (z)onderdakwoningen aan familie en vrienden.

Feiten

Werknemer was sinds 1 juni 2003 als ambtenaar in dienst bij de gemeente Rotterdam (hierna: de gemeente), laatstelijk in de functie van coördinator van het team (Z)onderdak. Dat project houdt in dat de gemeente woningen tijdelijk in gebruik geeft aan voormalige dak- en thuislozen. Die woningen huurt de gemeente van verschillende woningcorporaties. De gemeente betaalt de maandelijkse huur en kosten voor gas, water, elektriciteit en gemeentelijke belastingen en sluit gebruiksovereenkomsten met kandidaten, waarin onder meer een verplichting is opgenomen tot betaling van een maandelijkse eigen bijdrage voor het gebruik van de woning. Naar aanleiding van een integriteitsmelding over werknemer dat hij (Z)onderdakwoningen zonder toestemming aan familieleden en kennissen in gebruik had gegeven, is opdracht gegeven aan de Centrale Onderzoekseenheid van de Gemeente (hierna: COE) om een onderzoek in te stellen. De COE heeft op 4 maart 2025 een onderzoeksrapport opgeleverd. De COE concludeert dat werknemer moedwillig acht (Z)onderdakwoningen zonder medeweten van de gemeente buiten de doelgroep heeft toegewezen aan familieleden en kennissen van werknemer. Per brief van 29 april 2025 is werknemer namens de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade die de gemeente als gevolg van het handelen van werknemer heeft geleden. De gemeente baseert haar vordering op onrechtmatige daad in dienstbetrekking (art. 7:661 BW).

Oordeel

De rechtbank is van oordeel dat de gemeente als gevolg van het handelen van werknemer schade heeft geleden en deze schade een gevolg is van de opzet of op zijn minst de bewuste roekeloosheid van werknemer. Werknemer wist dat de woningen niet bedoeld waren voor de personen aan wie hij deze in gebruik heeft gegeven. Verder heeft de gemeente gesteld en heeft werknemer niet betwist dat hij de toewijzing van de woningen buiten de administratie van het project heeft gehouden, een schaduwadministratie bijhield die niet voor collega’s inzichtelijk was en er bewust voor zorgde dat er geen eigen bijdragen betaald werden voor de woningen. Daarmee is sprake van opzettelijke fraude. Werknemer is daarom gehouden de schade te vergoeden die hij de gemeente heeft toegebracht. De rechtbank zal de omvang van de schade schatten, nu deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (art. 6:97 BW). Uitgangspunt bij de schadebegroting is dat de gemeente in de toestand wordt gebracht waarin zij zou hebben verkeerd indien het onrechtmatig handelen (de schadeveroorzakende gebeurtenis) zou zijn uitgebleven. Dit onrechtmatig handelen betreft – samengevat – het door werknemer uitgeven van acht (Z)onderdakwoningen aan derden buiten de doelgroep. De schadevergoeding wordt vastgesteld op ruim € 380.000, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder wordt werknemer veroordeeld tot betaling aan de gemeente van de onderzoekskosten, de kosten voor het leggen van beslag en de proceskosten van de gemeente.