Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7080
Feiten
Werkgeefster Vlieg Makelaars OG B.V. (hierna: Vlieg) exploiteert een makelaarskantoor met meerdere vestigingen. Werkneemster is op 10 oktober 2022 bij Vlieg in dienst getreden als commercieel binnendienstmedewerkster. Bij omzetting van haar arbeidsovereenkomst naar onbepaalde tijd in oktober 2023 zijn een concurrentie-, relatie-, geheimhoudings- en boetebeding overeengekomen. Vlieg heeft daarnaast de kosten van werkneemsters opleiding tot K-RMT-makelaar gedragen. Vanaf februari 2024 vervulde werkneemster de functie van officemanager binnendienst. Per april 2025 is zij als NVM-makelaar gaan werken en hebben partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten, waarin opnieuw een concurrentiebeding met een duur van twee jaar en een straal van vijftien kilometer, alsmede een relatiebeding en boetebeding zijn opgenomen. Voorafgaand aan de ondertekening heeft werkneemster via WhatsApp haar zorgen geuit over het concurrentiebeding, waarop Vlieg onder meer heeft geantwoord dat zij afhankelijk van de situatie beslist of zij een werknemer aan het beding houdt. In februari 2026 heeft werkneemster haar arbeidsovereenkomst opgezegd en Vlieg verzocht haar niet aan het concurrentiebeding te houden. Zij wil in dienst treden bij De Graaf & Groot Makelaars (GG), een makelaarskantoor in haar woonplaats, waar zij betere arbeidsvoorwaarden en doorgroeimogelijkheden kreeg aangeboden. Vlieg weigerde het concurrentiebeding prijs te geven en sommeerde werkneemster het beding na te leven. In afwachting van de procedure is werkneemster niet bij GG begonnen en heeft zij sinds 1 april 2026 geen inkomen uit arbeid. Vlieg vordert nakoming van het concurrentiebeding, een verbod om voor GG te werken en betaling van contractuele boetes. Werkneemster verzoekt in reconventie schorsing van het concurrentie-, relatie- en boetebeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Concurrentiebeding
De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overeengekomen. Hoewel in de tekst van het beding de woorden "binnen een tijdvak van twee" niet zijn aangevuld met "jaar", is voldoende aannemelijk dat partijen een duur van twee jaar zijn overeengekomen, omdat deze termijn ook in eerdere overeenkomsten en de aanbiedingsbrief was opgenomen. De kantonrechter wijst de vorderingen van Vlieg desondanks af. Vlieg heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding ter bescherming van haar bedrijfsdebiet. Weliswaar stelt Vlieg dat werkneemster kennis heeft van unieke systemen, commerciële strategieën en werkprocessen, maar zij heeft niet concreet gemaakt welke informatie werkneemster bij een nieuwe werkgever zou kunnen benutten. Daarbij weegt mee dat werkneemster minder dan een jaar als NVM-makelaar werkzaam is geweest, geen managementfunctie had en geen toegang meer heeft tot de interne systemen zodra zij uit dienst is. Ook is voldoende aannemelijk dat GG geen directe concurrent van Vlieg is, omdat beide kantoren zich op een ander marktsegment en werkgebied richten. Verder acht de kantonrechter van belang dat Vlieg een andere makelaar eerder niet aan hetzelfde concurrentiebeding heeft gehouden en dat werkneemster uit de voorafgaande WhatsApp-correspondentie redelijkerwijs mocht afleiden dat Vlieg het beding niet steeds onverkort zou handhaven. Bovendien kunnen de belangen van Vlieg voldoende worden beschermd door het geheimhoudings- en relatiebeding. Ten slotte wordt geoordeeld dat werkneemster door handhaving van het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Zij is een jonge makelaar die in haar woonplaats wil blijven werken, terwijl zij bij GG een aanzienlijk hoger salaris, een aanbrengbonus en betere carrièreperspectieven krijgt aangeboden. De belangenafweging valt daarom in haar voordeel uit. Het concurrentiebeding wordt geschorst, zodat zij bij GG in dienst kan treden.
Relatiebeding
De kantonrechter oordeelt dat het relatiebeding een uitzonderlijk ruime reikwijdte heeft, zowel wat betreft de duur als de omschrijving van het begrip "relatie". Door de ruime formulering zou werkneemster feitelijk nauwelijks nog bij een ander makelaarskantoor kunnen werken zonder het risico te lopen het beding te overtreden. Daarom wordt het relatiebeding beperkt tot relaties van de vestiging waar werkneemster werkzaam was, waarmee zij in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van het dienstverband daadwerkelijk contact heeft gehad én die in die periode een overeenkomst met Vlieg hadden. Ook wordt de duur beperkt tot twaalf maanden. Voor schorsing van het daaraan gekoppelde boetebeding ziet de kantonrechter geen aanleiding.
