Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 29 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4166
Kort geding. Relatiebeding deels geschorst na overstap naar concurrent met toestemming van (ex-)werkgeefster. Voor vier ziekenhuizen blijft het beding wegens zwaarwegende belangen van werkgeefster gelden.

Feiten
Werknemer is per 19 december 2019 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van Clinical Support Specialist. Werkgeefster ontwikkelt en verkoopt medische hulpmiddelen en software voor gebruik bij hartablaties in ziekenhuizen. In zijn functie hield werknemer zich bezig met de klinische ondersteuning, begeleiding en training van artsen die met de producten van werkgeefster werkten. Hierdoor had hij intensief contact met ziekenhuizen en bouwde hij relaties op met artsen binnen deze organisaties. In Nederland zijn vijftien ziekenhuizen met een uitgebreide hartafdeling, waarvan veertien een relatie van werkgeefster zijn. Per 1 maart 2026 treedt werknemer, met toestemming van werkgeefster, in dienst bij een directe concurrent. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen dat werknemer gedurende één jaar na het einde van het dienstverband verbiedt om contact te onderhouden met relaties van werkgeefster, met daaraan gekoppeld een boetebeding. Werknemer start een kort geding en verzoekt schorsing van het relatiebeding, omdat dit hem beperkt in de uitvoering van zijn nieuwe functie. Werkgeefster stelt dat het beding noodzakelijk is om haar bedrijfsdebiet en opgebouwde klantrelaties te beschermen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een kort geding, waarin moet worden beoordeeld of voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het relatiebeding geheel of gedeeltelijk zal vernietigen. Een relatiebeding kan worden beperkt wanneer een werknemer daardoor, in verhouding tot het belang van de werkgever bij bescherming van zijn bedrijfsdebiet, onbillijk wordt benadeeld. De kantonrechter schorst het relatiebeding grotendeels. Werkgeefster verzet zich namelijk niet tegen schorsing van het beding voor tien ziekenhuizen, maar wil het beding handhaven ten aanzien van vier specifieke ziekenhuizen. Ten aanzien van deze vier ziekenhuizen oordeelt de kantonrechter dat werkgeefster een zwaarwegend belang heeft bij bescherming van haar relaties. Daarbij weegt mee dat werkgeefster en de nieuwe werkgever van werknemer directe concurrenten zijn op een beperkte markt voor medische producten en software rondom hartablaties. Werknemer heeft vanuit zijn functie intensief samengewerkt met artsen van deze vier ziekenhuizen, hen getraind en begeleid bij het gebruik van het 3D-mappingsysteem van werkgeefster. Hierdoor heeft hij niet alleen specifieke technische kennis opgedaan, maar ook inzicht gekregen in de voorkeuren, behoeften en werkwijze van deze artsen. Omdat werknemer bij de concurrent een vergelijkbare functie gaat vervullen, acht de kantonrechter aannemelijk dat hij (on)bewust invloed kan uitoefenen op keuzes van deze ziekenhuizen. Dat de ziekenhuizen al contracten met werkgeefster hebben afgesloten, maakt dit niet anders. Deze contracten sluiten het gebruik van producten van andere fabrikanten niet uit en bieden ruimte voor toekomstige beïnvloeding. Het argument van werknemer dat artsen hun keuzes uitsluitend baseren op eigen ervaringen, volgt de kantonrechter niet. Juist de begeleiding en ondersteuning door een Clinical Specialist kan bijdragen aan een vertrouwensband en daarmee invloed hebben op productkeuzes. Het geheimhoudingsbeding biedt volgens de kantonrechter onvoldoende bescherming, omdat dit alleen ziet op vertrouwelijke informatie en niet voorkomt dat werknemer zijn opgebouwde relaties inzet. De handhaving van het relatiebeding voor de duur van één jaar leidt volgens de kantonrechter niet tot een onbillijke benadeling van werknemer. Hij kan zijn werkzaamheden bij de concurrent blijven uitvoeren, onder meer bij andere ziekenhuizen en door het geven van trainingen en ondersteuning. Het is dan ook aannemelijk dat de bodemrechter het beding voor de vier ziekenhuizen in stand zal houden. Het relatiebeding wordt daarom geschorst ten aanzien van de tien ziekenhuizen, maar blijft gelden voor de vier ziekenhuizen. Het gekoppelde boetebeding wordt overeenkomstig beperkt. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.