Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 26 maart 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:2682
Werkgever zegt arbeidsovereenkomst met werknemer op niet rechtsgeldige wijze op. Werknemer berust in opzegging, maar verzoekt betaling transitievergoeding en achterstallig loon. Werkgever voert geen verweer. Toewijzing verzoek.

Feiten

Werknemer is sinds 16 augustus 2023 in dienst bij werkgeefster als leerling-machinist minigraaf. Op 21 oktober 2025 heeft werkgeefster aan werknemer medegedeeld dat zij de arbeidsovereenkomst met hem ontbindt per 1 november 2025. Werknemer verzoekt veroordeling van werkgeefster tot betaling van de transitievergoeding, vakantiebijslag en resterende verlof- en adv-dagen. Werkgeefster heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft berust in de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, staat daarmee vast. Werkgeefster is daarom aan werknemer een transitievergoeding verschuldigd. Ook de overige verzoeken van werknemer worden toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van werkgeefster.