Naar boven ↑

Rechtspraak

All Concrete Floors B.V./werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 23 april 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:2866
Werknemer verricht in laatste maand van dienstverband met werkgever concurrerende werkzaamheden voor nieuwe werkgever en stuurt bedrijfs- en klantgegevens door. Schending nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding (boete € 90.000). Onrechtmatige concurrentie; verwijzing naar schadestaatprocedure.

Feiten

All Concrete Floors B.V. (hierna: ACF) is een onderneming die zich bezighoudt met het verkopen van (beton)vloeren, vloerprojecten en aanverwante producten. Op 1 januari 2018 is werknemer in dienst getreden bij ACF als salesmanager. In de arbeidsovereenkomst is een nevenwerkzaamhedenbeding en een geheimhoudingsbeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst bevat geen concurrentie- of relatiebeding. Op 23 december 2023 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2024. Op 8 januari 2024 heeft hij zich ziekgemeld. Op 1 februari 2024 is werknemer in dienst getreden bij Concrete Floor Solutions B.V. (hierna: CFS) als bedrijfsleider/sales. CFS houdt zich net als ACF bezig met het verkopen van (beton)vloeren en aanverwante producten. In de loop van 2024 is ACF in het bezit gekomen van e-mailberichten afkomstig van werknemer, verzonden vanaf een e-mailaccount van CFS, met verzenddata vanaf januari 2024, toen werknemer nog in dienst was bij ACF. Ook is ACF in het bezit gekomen van e-mails met klant- en bedrijfsgegevens van ACF afkomstig van het e-mailadres van werknemer bij ACF gericht aan zijn e-mailadres bij CFS en gericht aan de directeur van CFS. In deze zaak gaat het er in de kern om of werknemer het nevenwerkzaamhedenbeding – als dat in stand blijft – heeft geschonden en boetes heeft verbeurd. Daarnaast moet beoordeeld worden of hij tegenover ACF aansprakelijk is voor door ACF geleden schade als gevolg van het schenden van het geheimhoudingsbeding en het aandoen van onrechtmatige concurrentie. 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Nevenwerkzaamheden-, geheimhoudings- en boetebeding

De voorzieningenrechter heeft reeds geoordeeld dat voor zover de nevenactiviteiten van werknemer plaatsvonden buiten de tijdstippen waarop de arbeid gewoonlijk werd verricht – en dus in beginsel vallen onder de werkingssfeer van artikel 7:653a BW – de objectieve rechtvaardiging ligt in het voorkomen c.q. tegengaan van de aantasting van het bedrijfsdebiet. De kantonrechter is het daarmee eens. Werknemer heeft niets naar voren gebracht om van dat oordeel af te wijken. Het nevenwerkzaamhedenbeding is daarom niet nietig en dus van toepassing op de rechtsverhouding tussen ACF en werknemer. Het beroep op nietigheid van het boetebeding van werknemer slaagt niet. Vaststaat dat werknemer meer verdient c.q. verdiende dan het minimumloon. Het is vaste rechtspraak dat het boetebeding dat is gesteld op overtreding van een verbod op nevenwerkzaamheden van een werknemer, zoals in dit geval, niet aan meer formaliteiten hoeft te voldoen dan dat het beding schriftelijk is overeengekomen met een werknemer met een hoger loon dan het minimumloon. Niet is vereist dat het boetebeding uitdrukkelijk vermeldt dat de boete toekomt aan de werkgever, nu het beding juist bedoeld is om, in afwijking van de regeling over de disciplinaire boete, wél betaling aan de werkgever mogelijk te maken en de wet specifiek daarvoor is aangepast, zo volgt ook uit de parlementaire geschiedenis (zie onder meer Hof Amsterdam, 13 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3529). Het boetebeding is daarom niet nietig. De kantonrechter oordeelt verder dat de (vermeende) overtredingen onder het nevenwerkzaamhedenbeding vallen en dat werknemer het nevenwerkzaamhedenbeding 18 keer heeft geschonden, zodat ACF aanspraak maakt op 18 keer de boete van € 5000, in totaal € 90.000. Naar het oordeel van de kantonrechter leidt de gevorderde boete niet tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat, zodat matiging van de boete niet aan de orde is. Werknemer wordt veroordeeld voornoemd bedrag aan ACF te betalen. Voorts verklaart de kantonrechter voor recht dat werknemer het geheimhoudingsbeding heeft overtreden.

Onrechtmatige concurrentie

De kantonrechter is verder van oordeel dat werknemer ACF onrechtmatige concurrentie heeft aangedaan, door met gebruikmaking van een CRM-bestand, calculatiebladen en informatie over prijsafspraken met leveranciers vaste klanten van ACF over te halen om klant te worden van CFS, waarbij meeweegt dat werknemer deze gegevens in strijd met het geheimhoudingsbeding tijdens zijn dienstverband bij ACF heeft verstrekt aan CFS om daar vanaf de start van zijn dienstverband bij CFS gebruik van te kunnen maken en ACF op een oneerlijke en onrechtmatige manier te beconcurreren. Dit onrechtmatige gedrag kan als zodanig ook aan werknemer worden toegerekend. Dat ACF hierdoor schade heeft geleden, staat naar het oordeel van de kantonrechter vast. Er bestaan echter nog te veel onduidelijkheden om de omvang van de schade te kunnen begroten. De kantonrechter verwijst in dat kader naar de schadestaatprocedure.