Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 30 augustus 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:5549
Feiten
Werkgeefster (hierna: Sportsfanatic) is in 2011 opgericht en heeft als kernactiviteit het verkopen van voetbalkleding aan voetbalverenigingen en aan particulieren. Ten behoeve hiervan sluit Sportsfanatic samenwerkingsovereenkomsten met voetbalclubs. Vanaf 17 maart 2014 is werknemer in loondienst werkzaam voor Sportsfanatic als verkoopmedewerker. Vanaf 26 juni 2017 is werknemer eveneens bestuurder en medeaandeelhouder van Sportsfanatic geworden. In het najaar van 2019 wordt werknemer, na een aandeelhoudersvergadering, als bestuurder geschorst. Zijn voorgenomen ontslag wordt geagendeerd voor een in december 2019 te houden aandeelhoudersvergadering. Partijen bereiken voor dat moment overeenstemming over de beëindiging van hun samenwerking, de overdracht van de aandelen die werknemer houdt in Sportsfanatic alsmede over de beëindiging van zijn dienstverband. Partijen hebben de gemaakte afspraken ten aanzien van de aandelen vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst en ten aanzien van de arbeidsrelatie in een beëindigingsovereenkomst. Er is voor de duur van twee jaar een relatiebeding overeengekomen met een boetebepaling van € 15.000 per overtreding. Sportsfanatic stelt in conventie dat het relatiebeding negen keer is overtreden en vordert een boete van € 135.000. Werknemer betwist de overtredingen. Hij is in reconventie van mening dat (i) Sportsfanatic geen beroep mag doen op het beding, (ii) dat het beding geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd en (iii) dat de beëindiging van zijn dienstverband het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Sportsfanatic.
Oordeel
Artikel 7:653 BW is van toepassing; vordering tot (gedeeltelijke) vernietiging
Gelet op de nauwe samenhang van de in conventie en in reconventie ingestelde vorderingen en de door partijen ingenomen stellingen worden de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk beoordeeld. De rechtbank is van oordeel dat een relatiebeding ook geldig kan zijn wanneer het is opgenomen in een beëindigings- of vaststellingsovereenkomst en niet alleen in een arbeidsovereenkomst. Daarom kon de ex-bestuurder zich beroepen op de regels van artikel 7:653 BW. De rechtbank acht niet bewezen dat Sportsfanatic de ex-bestuurder bewust heeft buitengesloten of ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Partijen hebben uiteindelijk in overleg hun samenwerking beëindigd en de ex-bestuurder had hiervoor € 70.000 ontvangen. De vordering om het relatiebeding te vernietigen of te verkorten wordt afwezen omdat Sportsfanatic een legitiem belang heeft bij het beschermen van het klantenbestand. Daarnaast kan de ex-bestuurder op grond van het beding (waarmee hij bewust had ingestemd) nog steeds andere voetbalclubs benaderen.
Overtreding relatiebeding
De rechtbank is van oordeel dat werknemer het beding in ieder geval vijf keer heeft overtreden en dat in één geval de gestelde overtreding niet is komen vast te staan. In drie gevallen heeft Sportsfanatic een nadere bewijsopdracht gekregen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
