Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 3 juni 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:5321
Het deskundigenbericht van de arbeidsdeskundige, kan als grondslag dienen voor een te gelasten deskundigenbericht door een te benoemen rekenkundige, die dient uit te rekenen welk inkomen werknemer is misgelopen en zal mislopen als gevolg van het onrechtmatig handelen door werkgever.

Feiten

Bij vonnis van 30 oktober 2024 is deskundige X, gecertificeerd registerarbeidskundige, benoemd als deskundige. De deskundige heeft de gestelde vragen beantwoord. De deskundige acht het niet aannemelijk dat werknemer een opleiding zou hebben afgemaakt, indien de poging tot doodslag niet zou hebben plaatsgevonden. Op grond daarvan komt de deskundige niet toe aan de beantwoording van de vraag of werknemer een bijbehorende functie had kunnen bekleden, noch welk salaris hij daarmee had kunnen verdienen. De deskundige geeft zijn visie met een hoge mate van waarschijnlijkheid. Verder antwoordt de deskundige dat dezelfde aspecten die de opleidingsmogelijkheden beperken ook de mogelijkheden beperken dat werknemer door werkervaring of scholing aangeboden door een werkgever een hoger opleidingsniveau bereikt zou hebben dan formeel genoten. In het algemeen ontbreekt volgens de deskundige daardoor de ruimte om tot een significante verdere ontwikkeling te kunnen concluderen. De vraag is volgens de deskundige alleen in algemene zin en vanuit een zekere abstractie te beantwoorden. De mate van waarschijnlijkheid is lager dan bij de eerste vraag. Voor de laatstelijk verrichte werkzaamheden als helpdeskmedewerker is werknemer, rekening houdend met de vastgestelde belastbaarheid in de hypothetische situatie zonder poging tot doodslag, arbeidsgeschikt te achten, antwoordt de deskundige. De deskundige acht het daarmee in de hypothetische situatie zonder poging tot doodslag ten minste mogelijk dat werknemer in deze functie zou hebben kunnen blijven werken. Omdat dit scenario voortbouwt op de al vóór het geweldsincident gerealiseerde uitgangspunten, acht de deskundige een hoge mate van waarschijnlijkheid aanwezig.

Oordeel

Werkgever heeft in zijn conclusie na deskundigenbericht verklaard dat hij zich kan vinden in de conclusies van de deskundige. Het enige bezwaar dat werknemer tegen het deskundigenbericht heeft ingebracht, is dat de deskundige in zijn bericht geen rekening heeft gehouden met een alternatief scenario, te weten dat – in de hypothetische situatie dat hij geen slachtoffer zou zijn geworden van de poging tot doodslag op hem – hij op enig moment in de onderneming van zijn zus zou zijn gaan werken en meer zou hebben kunnen verdienen. De rechtbank is van oordeel dat de deskundige terecht het door werknemer geschetste scenario (werken in het bedrijf van zijn zus) niet heeft betrokken. Het bedoelde alternatieve scenario wordt ook niet genoemd in de vragen die aan de deskundige zijn voorgelegd, noch kan dat scenario worden geacht te zijn geïmpliceerd in de vragen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de deskundige alsnog te laten onderzoeken of werknemer in de hypothetische situatie zonder poging tot doodslag uiteindelijk succesvol in het bedrijf van zijn zus werkzaam zou zijn geworden en welk loon hij daar zou hebben kunnen verdienen. Omdat het deskundigenbericht van de arbeidsdeskundige voor het overige niet is betwist, kan het als grondslag dienen voor een op grond van het in het petitum van de inleidende dagvaarding onder II tot en IV gevorderde, te gelasten deskundigenbericht door een te benoemen rekenkundige, die dient uit te rekenen welk inkomen werknemer is misgelopen en zal mislopen als gevolg van het onrechtmatig handelen door werkgever. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over (1) de wenselijkheid van een deskundigenbericht; (2) het aantal van de te benoemen deskundigen; (3) de persoon van de te benoemen deskundige(n); (4) de maximaal acceptabele hoogte van het voorschot en (5) de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.