Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 20 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4421
Werkgever kan geen boete meer vorderen wegens schending van het geheimhoudingsbeding, omdat hij had bevestigd dat de kwestie was opgelost; het concurrentiebeding wordt vernietigd.

Feiten

Werknemer is in dienst geweest bij werkgever. Na het einde van het dienstverband ontstond een geschil omdat werknemer bestanden van werkgever naar zichzelf had verzonden en gedownload. Werkgever stelde dat werknemer daarmee het geheimhoudingsbeding had geschonden en vorderde betaling van contractuele boetes. Daarnaast beriep werkgever zich op het concurrentiebeding omdat werknemer kort na uitdiensttreding bij een concurrent in dienst trad. Tijdens een gesprek op 22 mei 2024 werden de betreffende bestanden in aanwezigheid van partijen verwijderd. Partijen verschillen van mening over hetgeen vervolgens tijdens dat gesprek is gezegd. Werknemer stelt dat de directeur van werkgever heeft bevestigd dat de kwestie daarmee was opgelost. Werkgever betwist dit. In een tussenvonnis kreeg werknemer de opdracht te bewijzen dat werkgever tijdens het gesprek had aangegeven dat de kwestie rondom de bestanden was afgewikkeld.

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt dat werknemer is geslaagd in de bewijsopdracht.

Schending geheimhoudingsbeding 

Werknemer en zijn vader hebben als getuigen verklaard dat na verwijdering van de bestanden aan de directeur van werkgever is gevraagd of de kwestie daarmee was opgelost, waarop bevestigend werd geantwoord. De kantonrechter acht deze verklaringen geloofwaardig, omdat zij consistent zijn, elkaar ondersteunen en aansluiten bij eerder afgelegde schriftelijke verklaringen. De verklaring van de directeur van werkgever dat een dergelijke vraag niet is gesteld en geen bevestigend antwoord is gegeven, acht de kantonrechter minder overtuigend. Deze verklaring vindt onvoldoende steun in andere getuigenverklaringen en wordt bovendien niet ondersteund door eerdere correspondentie. Daarom staat met voldoende zekerheid vast dat werkgever heeft aangegeven dat de kwestie rondom de bestanden was afgewikkeld. Hierdoor heeft werkgever zijn recht verwerkt om later alsnog een boete wegens schending van het geheimhoudingsbeding te vorderen. De vordering tot betaling van een boete wordt daarom afgewezen.

Concurrentiebeding 

De kantonrechter verwijst naar het eerdere tussenvonnis, waarin reeds was geoordeeld dat het concurrentiebeding vernietigd moet worden. De vordering van werknemer tot vernietiging van het concurrentiebeding wordt toegewezen.