Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6009
Werkneemster in kort geding veroordeeld tot betaling van een voorschot van € 80.000 op geleden schade vanwege verduistering van ruim € 420.000. Restitutierisico nihil, nu dit is gerelateerd aan objecten waar nu beslag op ligt (bankrekening en Mercedes werkneemster).

Feiten

Werkneemster is in dienst geweest bij werkgeefster. Werkgeefster stelt dat werkneemster in de uitoefening van haar functie bij werkgeefster als senior financieel medewerkster bedragen van in totaal € 424.625,33 heeft overgeboekt naar haar privérekening. Werkgeefster vordert in kort geding een voorschot op de door haar geleden schade.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Tegenover de gedetailleerde stellingen van werkgeefster – met overzichten uit haar administratie waaruit blijkt dat vanaf haar rekening € 424.625,33 is overgemaakt naar de bankrekening van werkneemster – heeft werkneemster een niet gemotiveerd verweer gevoerd. Werkneemster heeft ter zitting alleen gezegd dat er geen bedrag van € 424.000 op haar rekening heeft gestaan en dat zij niet alleen bevoegd is tot overmaking. Zij heeft echter niet toegelicht welk bedrag er dan wel naar haar rekening is overgemaakt; zij heeft daar niets over willen verklaren. Werkgeefster heeft de vordering dan ook voldoende onderbouwd, zeker gezien het feit dat werkneemster eerder tegenover Hoffmann Bedrijfsrecherche wel heeft toegegeven betrokken te zijn geweest bij de verduistering. Het restitutierisico is in dit geval gering nu geen inhoudelijk verweer is gevoerd tegen de vordering en bovendien beperkt tot het bedrag dat bij uitwinning kan worden verkregen. Dat bedrag is gerelateerd aan de objecten waar nu beslag op ligt: de bankrekening van werkneemster waarop een bedrag van bijna € 30.000 is geraakt en de waarde van de in beslag genomen Mercedes EQA 50+. Het is niet precies bekend hoeveel de Mercedes waard is; volgens werkgeefster heeft deze auto een handelswaarde van ongeveer € 30.000, maar mogelijk is de auto ook meer waard. Om te voorkomen dat als de auto meer opbrengt dan € 30.000 dit weer terugvloeit naar werkneemster, wordt een ruime marge gehanteerd voor de opbrengst van de Mercedes en wordt nu een bedrag van € 80.000 bij wijze van voorschot toegewezen. Over het restant van de vordering moet vervolgens in de bodem worden geprocedeerd. Werkgeefster heeft voldoende spoedeisend belang bij toewijzing van een gedeelte van haar vordering, omdat zij daarmee kan overgaan tot uitwinning en thans liquiditeitsproblemen zijn ontstaan door de verduistering. Werkneemster wordt veroordeeld € 80.000 aan werkgeefster te betalen.