Naar boven ↑

Rechtspraak

Culimer Europe B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 28 januari 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:6595
Vordering voormalig werkgever Culimer Europe B.V. tegen voormalig werkneemster in verband met onrechtmatige daad door in context van onrechtmatige concurrentie een vordering in China in te stellen, afgewezen.

Feiten

Werkneemster is per 2006 in dienst getreden bij Culimer B.V. en per 2018 bij Culimer Europe B.V. (hierna: Culimer). Culimer houdt zich bezig met de handel in zeevruchten. Werkneemster was belast met het beheer van de Chinese tak van Culimer. Toen Culimer ontdekte dat werkneemster zich met haar vader via een vennootschap op dezelfde markt begaf als Culimer, is zij op staande voet ontslagen. De kantonrechter te Rotterdam heeft dit beslag rechtsgeldig geoordeeld. Het Hof Den Haag heeft in 2024 geoordeeld dat werkneemster tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen als werkneemster van Culimer. Werkneemster is veroordeeld ongeveer $145.000 terug te betalen in verband met misgelopen orders koningskrabben. Dat gedeelte van het arrest is door de Hoge Raad in 2025 niet vernietigd. Werkneemster is via haar vennootschap een procedure begonnen tegen Culimer in China. Volgens Culimer kwalificeert het beginnen van deze procedure als onrechtmatig handelen. Door het verkrijgen van een verstekvonnis heeft werkneemster het haar voormalig leidinggevende onmogelijk gemaakt orde op zaken te stellen bij Culimer in China, omdat een exportverbod geldt en de leidinggevende het risico loopt het land niet meer te mogen verlaten. Werkneemster voert aan dat haar vennootschap het volste recht had om nakoming van een met Culimer China gesloten overeenkomst te vorderen.  

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werkneemster woonplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd. Omdat de gestelde schade zich in Nederland heeft voorgedaan, is Nederlands recht van toepassing. Hoewel de zaak volgens Culimer beschouwd moet worden binnen de context van een werkneemster die heeft geconcurreerd met haar eigen werkgeefster, staat in deze procedure centraal of werkneemster onrechtmatig heeft gehandeld door namens haar vennootschap een procedure te beginnen tegen Culimer China. Van handelen in strijd met een wettelijke plicht is geen sprake. Evenmin is vast komen te staan dat er sprake is van handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betamelijk is. Niet is aannemelijk geworden dat werkneemster via haar vennootschap bewust een ongegronde vordering heeft ingesteld. Culimer wordt in de proceskosten veroordeeld.