Naar boven ↑

Rechtspraak

Rechtbank Rotterdam, 4 juni 2026
Werkgeefster dient loon arbeidsongeschikte arbeidsmigrant die niet meer over de juiste vergunning beschikt door te betalen. Na einde arbeidsongeschiktheid komt ontbreken vergunning voor rekening en risico van werkneemster.

Feiten

Werkneemster is per 10 augustus 2022 als zzp'er bij werkgeefster gestart. Per 26 mei 2024 is werkneemster in dienst in de functie van arts. IND heeft op 9 april 2025 laten weten dat werkneemster niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning als kennismigrant en dat hij daarom het voornemen heeft om de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in te trekken. In november 2025 heeft IND dit met terugwerkende kracht gedaan. Vanaf december 2025 is door werkgeefster een loonstop aangekondigd, omdat het in de risicosfeer van werkneemster zou liggen dat zij geen verblijfs- en tewerkstellingsvergunning meer heeft. Werkneemster vordert, onder meer, loon.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het spoedeisend belang is gegeven: werkneemster heeft voldoende toegelicht dat zij de inkomsten nodig heeft om in haar levensonderhoud te voorzien. Met het oog op het eindigen van de tijdelijke beschermingsregeling voor ingezetenen van Oekraïne heeft werkgeefster voor werkneemster een verblijfsvergunning als kennismigrant aangevraagd. De verblijfsvergunning als kennismigrant is vervolgens met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat een BIG-registratie vereist was, terwijl werkneemster daar niet over beschikte. De kantonrechter volgt het standpunt van werkneemster dat het ontbreken van een werkvergunning in de risicosfeer van werkneemster ligt slechts ten dele. De primaire reden dat werkneemster de arbeid niet kan verrichten is gelegen in haar ziekte. Tot het moment dat werkneemster fysiek weer in staat is om de werkzaamheden te hervatten, dient werkgeefster aan haar wettelijke loondoorbetalingsverplichting te voldoen. Na dit moment komt de verhindering om te werken in redelijkheid voor rekening van werkneemster omdat zij niet meer over de benodigde vergunningen beschikt. De loonvordering van werkneemster wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging wordt afgewezen, nu beide partijen geconfronteerd zijn met het wegvallen van ingewikkelde regelgeving en niet is gebleken dat werkgeefster had moeten beseffen dat loon moest worden doorbetaald. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.

  • Instantie: Rechtbank Rotterdam
  • Datum uitspraak: 04-06-2026
  • Zaaknummer: 12152142 VV EXPL 26-160
  • Nummer: AR-2026-0925