Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Lastechniek B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 30 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:14148
Vordering schorsing concurrentiebeding in kort geding afgewezen, spoedeisend belang ontbreekt gelet op ontbreken concrete indiensttredingswens.

Feiten

Werknemer is per 5 april 2000 in dienst getreden bij Lastechniek B.V. (hierna: LT). Per 1 april 2022 is werknemer gestart als algemeen directeur. Partijen zijn een concurrentiebeding overeengekomen. Werknemer is als bestuurder ontslagen per 1 november 2025. Werknemer vordert schorsing van het concurrentiebeding. Werknemer voert aan in een hachelijke financiële positie te zijn terechtgekomen door het ontslag, terwijl hij 62 jaar oud is en zijn hele werkzame leven in dezelfde branche actief is geweest.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet is gebleken dat werknemer op korte termijn in dienst kan en wil treden bij een concurrent of zelf een concurrerende onderneming wil starten. Ook heeft werknemer de stelling dat hij zich in een hachelijke financiële positie bevindt, onvoldoende onderbouwd. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat LT een zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding en dat van een onbillijke benadeling geen sprake is. Werknemer heeft ruim 25 jaar bij LT gewerkt en is als bestuurder op de hoogte van alle belangrijke commerciële en technische informatie. Niet is aannemelijk dat werknemer met zijn ervaring niet ook in andere sectoren aan de slag kan. Bovendien is het concurrentiebeding in 2022 overeengekomen. Nu onvoldoende aannemelijk is dat werknemer in belangrijke mate wordt belemmerd, is geen ruimte voor toekenning van een vergoeding. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.