Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 19 maart 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:885
Feiten
Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (hierna: EMC) kent verschillende onderzoeksgroepen. In verband met verliezen bij sommige onderzoeksgroepen, heeft de raad van bestuur (hierna: RvB) een besluit tot reorganisatie genomen om de afdeling Biomedical Engineering (hierna: BME) op te heffen. De OR is om advies gevraagd. Volgens de OR was de bedrijfseconomische noodzaak van de reorganisatie onvoldoende onderbouwd en waren minder ingrijpende alternatieven niet serieus onderzocht. Het besluit is desondanks doorgevoerd. De OR heeft beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer.
Oordeel
Het behoort tot de beleidsvrijheid van EMC om de structurele verliezen van O&O Cardiologie met ingang van 2026 niet langer te accepteren. Dat wordt niet anders indien in aanmerking wordt genomen dat ook op andere O&O-afdelingen verliezen worden geleden, dat de afdeling Cardiologie als geheel een overschot genereert of dat EMC als geheel in de pas loopt met de meerjarenbegroting. Ook de omstandigheid dat BME kwalitatief uitstekend onderzoek verricht dat past in de strategie van EMC en dat in binnen- en buitenland erkenning verdient kan niet afdoen aan de beleidsvrijheid van Erasmus MC. Hetzelfde geldt voor het op zichzelf wrange gegeven dat juist het behalen van onderzoeksbeurzen en -subsidies heeft bijgedragen aan de tekorten doordat tijdelijk aangestelde onderzoekers na verloop van tijd een vaste aanstelling kregen. Daarbij moet worden bedacht dat, zoals EMC heeft aangevoerd, meermalen is gesproken over maatregelen om dit gevolg te voorkomen. Blijkens het besluit heeft de RvB de impact van verschillende aspecten van de reorganisatie in zijn afweging betrokken. Zo is onderkend dat de onderzoeksgroep BME op zichzelf goed onderzoek verricht en een goede reputatie geniet en dat het functioneren van de groep op zichzelf geen reden voor opheffing is. Weliswaar is BME verweven met het EMC in de breedte (de klinische afdeling), maar de onderzoeksgroep opereert autonomer dan andere onderzoeksgroepen. Ook is meegewogen dat de opheffing van de onderzoeksgroep gevolgen zal hebben voor de samenwerking met externe partners, waaronder TU Delft, maar dat van aanzienlijke aansprakelijkheidsrisico’s niet is gebleken. In het besluit worden de ingrijpende gevolgen van de reorganisatie voor BME-medewerkers onderkend. EMC zet zich in om zo veel mogelijk medewerkers te herplaatsen conform de verplichtingen uit het Sociaal Beleidskader. De ingrijpende gevolgen strekken zich mede uit tot promovendi. In het besluit is bijzondere aandacht uitgegaan naar zes promovendi die na 1 januari 2026 nog een tijdelijke aanstelling hebben en waarvan er vijf onderzoek verrichten op basis van extern gefinancierde projecten. EMC zal zich inspannen om te komen tot afspraken over voortzetting van deze projecten, zo wordt toegezegd in het besluit. Daarin wordt ook verwezen naar een eerdere reorganisatie bij Biomedische Wetenschappen waar alle promotietrajecten konden worden afgerond, dit terwijl het bij Biomedische Wetenschappen ging om een groter aantal promovendi. Ook op zitting is de positie van promovendi besproken. Namens EMC heeft de CFO van de RvB toegelicht dat maatwerkafspraken met promovendi en begeleiders zullen worden gemaakt op dezelfde wijze als bij deze eerdere reorganisatie is gedaan. De Ondernemingskamer is van oordeel dat de belangen van de betrokken werknemers voldoende zijn meegewogen, evenals de overige gevolgen van het besluit. In het besluit wordt verwezen naar alternatieve scenario’s die onder ogen zijn gezien en die uiteindelijk zijn verworpen. Daarin wordt ook gewag gemaakt van een scenario dat lijkt op het fusieplan: een door medewerkers van BME geopperd idee om BME samen te voegen met EC – waarbij de personeelsreductie over beide groepen zou worden verdeeld. In het besluit wordt toegelicht dat dit alternatief niet wordt gedragen door het afdelingshoofd en evenmin door de groepsleider van onderzoeksgroep EC. Dit fusieplan leidt er niet zozeer toe dat minder medewerkers boventallig zullen worden, als wel dat andere medewerkers hun positie zullen verliezen. EMC heeft in redelijkheid kunnen besluiten niet voor deze route te kiezen.
