Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./In Domo Consulting B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 mei 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:5431
Geen schorsing relatiebeding in arbeidsovereenkomst Team Director/MT-lid. Relatiebeding niet in strijd met mededingingsrecht. Geen onbillijke benadeling; belang werkneemster bij vrije arbeidskeuze weegt niet op tegen belang werkgever bij bescherming bedrijfsdebiet.

Feiten

Werkneemster is op 1 januari 2021 in dienst getreden bij In Domo Consulting B.V. (hierna: In Domo) als Implementation/Team Director. In Domo is actief op het gebied van marketingadvies. De arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding. Bij e-mail van 19 november 2025 heeft werkneemster de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 januari 2026. Op 10 maart 2026 heeft werkneemster een eigen bv opgericht (hierna: X). X is actief op het gebied van reclame- en strategieadvisering. Bij brief van 13 maart 2026 heeft In Domo de reikwijdte van het relatiebeding beperkt tot een opsomming van 26 bedrijven. Werkneemster en X vorderen in kort geding (kort samengevat) schorsing van het relatiebeding.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

Geen strijd met mededingingsrecht

Werkneemster heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat het relatiebeding nietig is, omdat dit in strijd zou zijn met het mededingingsrecht (art. 101 VWEU en art. 6 lid 1 Mededingingswet). Dit betoog houdt in dit kort geding echter geen stand, vanwege het ontbreken van onderbouwing van bijvoorbeeld marktafbakening, de relevante marktstructuren en marktkenmerken, het daadwerkelijk functioneren van de relevante markt(en) en van het effect daarop van de gestelde inbreuken. Uitgangspunt is dus dat het relatiebeding rechtsgeldig is gesloten.

Geen onbillijke benadeling

Niet in geschil is dat het relatiebeding ruim is geformuleerd, maar op 13 maart 2026 heeft In Domo de reikwijdte van het beding afgebakend en het relatiebeding ook beperkt in duur. In Domo heeft voldoende onderbouwd aangevoerd dat zij een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft bij de handhaving van het beding, ter bescherming van het door haar opgebouwde bedrijfsdebiet. Aannemelijk is dat werkneemster gedurende haar dienstverband van vijf jaar als Implementation/Team Director en als lid van het MT kennis van relevante informatie over de bedrijfsvoering van In Domo heeft opgedaan, zoals prijsstellingen, strategische kennis en marktbenadering. Daarbij heeft zij binnen haar functie veel contact gehad met klanten van In Domo. Aannemelijk is dat deze elementen de kern vormen van het bedrijfsdebiet van In Domo. Het belang van werkneemster om te mogen werken voor een van de opgesomde bedrijven, spreekt voor zich, maar weegt niet op tegen het belang van In Domo bij het beschermen van haar bedrijfsdebiet. De uitkomst van de belangenafweging brengt mee dat er ook geen sprake is van een onaanvaardbare situatie die zou maken dat In Domo geen beroep zou kunnen doen op het relatiebeding, op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. De voorzieningenrechter weigert de door werkneemster gevraagde voorzieningen.