Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 20 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:2976
Feiten
Werknemer is op 1 december 2024 in dienst getreden bij Oracle Global Services Netherlands B.V. (hierna: Oracle). Partijen zijn een proeftijdbeding van twee maanden overeengekomen. Op 29 januari 2025 heeft Oracle de arbeidsovereenkomst in de proeftijd beëindigd. Werknemer stelt dat dit proeftijdontslag in strijd is met goed werkgeverschap en misbruik van recht oplevert. Daarnaast stelt hij dat Oracle hem onjuist heeft geïnformeerd over de functie en daarmee haar informatieplicht heeft geschonden. Werknemer is in november 2025 een procedure gestart. Werknemer vordert een immateriële schadevergoeding van € 5.000 bruto wegens stress door het verlies van zijn baan door het proeftijdontslag. Daarnaast vordert hij een materiële schadevergoeding van € 27.500, bestaande uit een gemiste bonus bij zijn vorige werkgever, omdat hij volgens hem door schending van de informatieplicht zijn eerdere dienstverband heeft opgezegd en daardoor een bonus is misgelopen. Ook vordert hij een verklaring voor recht dat Oracle misbruik heeft gemaakt van het proeftijdbeding dan wel in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de geleden schade. Tot slot vordert hij € 1.331 aan buitengerechtelijke incassokosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen gold een geldig proeftijdbeding van twee maanden en dat een vordering tot vernietiging van een proeftijdontslag binnen de vervaltermijn van twee maanden na het ontslag moet worden ingesteld. Omdat de procedure pas in november 2025 is gestart terwijl het ontslag dateert van 29 januari 2025, is de vervaltermijn verstreken en kan de rechtsgeldigheid van het proeftijdontslag niet meer worden beoordeeld. Voor zover de vorderingen direct verband houden met het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, wordt werknemer daarom niet-ontvankelijk verklaard. Dit geldt ook voor de immateriële schadevergoeding, omdat deze vordering direct is gekoppeld aan het proeftijdontslag. De materiële schadevergoeding wordt afgewezen. Niet is gebleken dat de functie van werknemer is of zou komen te vervallen en Oracle heeft gemotiveerd betwist dat functiewijzigingen gevolgen hadden voor de inhoud van de functie. Ook is de gestelde schade onvoldoende onderbouwd en ontbreekt het causale verband tussen de gestelde schade en een eventuele schending van de informatieplicht. De verklaring voor recht wordt eveneens afgewezen. Niet is gebleken dat Oracle niet heeft voldaan aan haar precontractuele informatieplicht en ook is niet gebleken dat werknemer geen kans heeft gehad om zich te bewijzen in de functie. De stelling van Oracle dat werknemer wegens ongeschiktheid in de proeftijd is ontslagen wordt gevolgd, waarbij wordt overwogen dat werknemer begeleiding en een kans tot verbetering heeft gehad maar hierin niet is geslaagd. Omdat de hoofdvorderingen worden afgewezen, worden ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
