Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 april 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5664
Feiten
Het dienstverband van werknemer bij de gemeente Rotterdam (hierna: gemeente) is geëindigd nadat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet is verlengd. Werknemer stelt dat de gemeente ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en maakt aanspraak op een billijke vergoeding. Het gestelde ernstig verwijtbaar handelen is er volgens werknemer onder meer in gelegen dat werkgever onvoldoende zorgvuldig en voortvarend heeft gereageerd op intimidatie en pestgedrag binnen de Ondernemingsraad Stadsontwikkeling (ORSO), als gevolg waarvan werknemer ziek is geworden. Ook heeft de gemeente ten onrechte een onderzoek gedaan naar vermeend grensoverschrijdend gedrag van werknemer, terwijl werknemer daar nooit over is geïnformeerd. Ook over de uitkomst van het vermeende onderzoek heeft werknemer nooit iets vernomen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft onvoldoende gesteld om tot de conclusie te komen dat de gedragingen die hij ten grondslag legt aan het ernstig verwijtbaar handelen – welke gedragingen overigens door de gemeente worden betwist – daadwerkelijk hebben veroorzaakt dat het dienstverband niet wordt voortgezet. De gemeente heeft gemotiveerd betwist dat hiervan sprake is; zij zou de arbeidsovereenkomst van werknemer sowieso niet verlengd hebben, omdat de samenwerking van meet af aan niet soepel liep. Het had op de weg van werknemer gelegen om concreet te maken waarom het gestelde ernstig verwijtbaar handelen van de gemeente (bijvoorbeeld de gebrekkige reactie op intimidatie en pestgedrag en zonder gegronde reden en onvoldoende zorgvuldig doen van onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag van werknemer zelf) zou hebben geleid tot de beslissing van de gemeente om het dienstverband niet voort te zetten. Daarin is hij niet geslaagd. Sterker nog, bij de kantonrechter is gedurende deze procedure een beeld ontstaan van een zeer moeizame relatie tussen werkgever en werknemer, die met name lijkt voort te komen uit het gedrag van werknemer. Het is werknemer die zich reeds aan de start van het dienstverband in verhouding tot een belangrijke partner van de gemeente, woningcorporatie Woonstad, ongepast heeft gedragen en het is ook werknemer die een moeizame relatie ontwikkelde met de ondernemingsraad. De wijze waarop de gemeente zich daartoe als werkgever heeft verhouden, is allerminst onbegrijpelijk en niet onrechtmatig of ernstig verwijtbaar te noemen. Omdat de kantonrechter geen verband ziet tussen het handelen dat werknemer de gemeente verwijt en het einde van het dienstverband, ziet de kantonrechter ook geen verband tussen dat handelen en de door werknemer gestelde schade. Of dat handelen strijdig is met artikel 7:611 BW, hoeft dan ook niet te worden beoordeeld. Het verzoek tot veroordeling van de gemeente tot het verstrekken van gegevens wordt afgewezen. Wel wordt de wettelijke verhoging over te laat uitbetaalde vakantiedagen toegekend. Het verzoek tot rectificatie van interne berichten van de gemeente wordt afgewezen. Werknemer heeft onvoldoende concreet gemaakt welke interne berichten onjuist zouden zijn en waarom. Bovendien is de tekst van de rectificatie zodanig ruim geformuleerd, dat ook voor de lezer onduidelijk is over wie of over welke situatie het gaat en wat de reden is van rectificatie. Ten slotte is ook van belang dat de rectificatie die door werknemer wordt gevraagd niet alleen hem raakt, maar ook collega’s uit de ORSO. Bovendien is uit de gewisselde stukken en standpunten nu juist gebleken dat het conflict dat in die ORSO speelde complex is en vele kanten kent. De proceskosten worden gecompenseerd.
