Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 12 mei 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:2775
Feiten
Werknemer is per 1 september 2022 in dienst getreden bij Bam Energie & Water B.V. (hierna: BAM) in de functie van monteur laagspanning. BAM heeft in november 2022 signalen van collega’s over werknemer ontvangen in verband met onveilig werkgedrag en over de houding van werknemer. Er zijn enkele gesprekken met werknemer gevoerd en aangegeven is dat hij zich had verbeterd. Op 1 juni 2023 is aan werknemer medegedeeld dat de aflopende arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Op 19 juni 2023 is werknemer naar een bouwproject gegaan. Tijdens het aanleggen van een elektramof, een beschermende behuizing voor het verbinden van twee of meer elektrakabels, heeft werknemer zonder veiligheidshandschoenen te dragen een kabel gepakt die onder stroom stond. Werknemer heeft hier een gescheurde kruisband en handletsel aan overgehouden. BAM heeft het ongeval gemeld bij de arbeidsinspectie, die geen overtreding heeft geconstateerd. BAM heeft tevens een onderzoek naar het ongeval ingesteld. In juli 2023 heeft werknemer BAM aansprakelijk gesteld. BAM heeft de aansprakelijkheid niet erkend. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat BAM aansprakelijk is.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat het ongeval met werknemer heeft plaatsgevonden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. BAM heeft niet gesteld dat het ongeval het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid en werknemer heeft tijdens de zitting voldoende onderbouwd dat hij ten minste enige schade heeft geleden als gevolg van het ongeval, Bam heeft dit niet weersproken. BAM heeft voldoende onderbouwd dat zij in algemene zin voldoende invulling geeft aan haar zorgplicht ten aanzien van haar medewerkers. Dat dit in dit specifieke geval ook het geval is, is onvoldoende onderbouwd. Nadat in november 2022 signalen zijn gerezen dat werknemer onveilig te werk ging, heeft BAM dit met hem besproken. In januari 2923 heeft BAM de aanwijzing VP LS Netten ondertekend, waardoor werknemer zelfstandig werkzaamheden aan laagspanningsnetten mocht uitvoeren. BAM heeft niet aangevoerd, en dus ook niet concreet kunnen maken, dat de eerdere signalen en gesprekken over het onveilig werken van werknemer bij de beslissing tot het afgeven van de aanwijzing zijn betrokken. Gelet op de inhoud van het gespreksverslag van 11 november 2022, waaruit volgt dat pas een aanwijzing zou worden afgegeven als er vertrouwen bestond dat werknemer veilig kan werken, en het verslag van 20 december 2022, waarin staat dat er weinig verbetering is geweest, had dat wel op de weg van BAM gelegen. Evenmin heeft BAM aangevoerd dat zij vanaf de periode dat werknemer zelfstandig mocht werken, adequaat toezicht heeft gehouden. In mei 2023 heeft werknemer een goede beoordeling voor het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen gekregen, terwijl uit een gespreksverslag uit februari 2023 volgt dat onveilig werken ook toen nog een aandachtspunt was. Uit de stukken blijkt dat de arbeidsovereenkomst van werknemer onder meer niet verlengd is vanwege het aandachtspunt onveilig werken. BAM heeft in dat kader onvoldoende onderbouwd dat de aanwijzing om zelfstandig te kunnen werken op goede gronden is afgegeven. BAM heeft onvoldoende toezicht gehouden. Of werknemer al dan niet zelf aan fout heeft gemaakt is niet relevant, omdat daaruit niet volgt dat BAM aan haar zorgplicht heeft voldaan. Een werkgever mag er immers niet zonder meer op vertrouwen dat de werknemer zelf goed oppast, maar moet rekening houden met een zekere mate van onoplettendheid, hetgeen ook geldt voor ervaren medewerkers. De kantonrechter volgt BAM weliswaar in haar stelling dat zij niet voortdurend toezicht kan houden bij iedere werknemer, maar dat neemt niet weg dat er in specifieke gevallen aanleiding kan bestaan voor een striktere opvolging van eerder geconstateerde veiligheidsrisico’s en om de werknemer zijn werkzaamheden niet meer zelfstandig te laten verrichten. De gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure is toewijsbaar. BAM wordt in de proceskosten veroordeeld.
