Naar boven ↑

Rechtspraak

appalant/geintimeerden
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 10 februari 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:355
Directeur van een in Nigeria gevestigde vennootschap heeft zich naar Nigeriaans recht jegens twee voormalige werknemers privé verbonden om aan hen een loyaliteits-/pensioenbonus uit te betalen.

Feiten

In onderhavige procedure is de vraag in geschil of de directeur/enig aandeelhouder van een in Nigeria gevestigde vennootschap zich jegens twee voormalige werknemers privé heeft verbonden om aan hen een loyaliteits-/pensioenbonus uit te betalen, zulks in verband met het werknemerschap en de dienstjaren van die werknemers bij een tweetal in Nederland gevestigde vennootschappen die gelieerd zijn aan de in Nigeria gevestigde vennootschap. De rechtbank heeft deze vraag met inachtneming van een deskundigenoordeel van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) bevestigend beantwoord, voor recht verklaard dat tussen partijen overeenkomsten tot stand zijn gekomen en de directeur veroordeeld om aan de ene voormalig werknemer (hierna: werknemer 1) een bedrag van € 158.911,80 te betalen en aan de andere voormalig werknemer (hierna: werknemer 2) een bedrag van € 45.525 te betalen (hierna tezamen: werknemers). Omdat de directeur het niet eens was met het oordeel van de rechtbank heeft hij hoger beroep ingesteld.  Bij het tussenarrest van 21 november 2023 is de zaak naar de rol verwezen voor memorie aan de zijde van beide partijen. Ingevolge het tussenarrest van 21 november 2023 dienden partijen zich in hun memories uit te laten over de betekenis van het deskundigenbericht van het IJI voor de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is en voor de vraag naar de toewijsbaarheid van de vorderingen van de voormalig werknemers.

Oordeel

Het hof oordeelt in deze eindbeschikking als volgt.

Bevoegde rechter

Met grief 1 betoogt de directeur dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Volgens de directeur is duidelijk dat Nigeria als plaats van nakoming is overeengekomen. Hij verwijst daarvoor naar de e-mail van werknemer 2 aan de directeur van 1 augustus 2014 en de e-mail van een in Nederland gevestigde vennootschap van de directeur aan werknemer 1 van 22 juni 2016. Het hof verwerpt het standpunt van de directeur dat op grond van de twee bedoelde e-mails moet worden geconcludeerd dat tussen partijen Nigeria als plaats van nakoming is overeengekomen. De betalingen aan werknemers dienden verder te worden voldaan aan de woonplaats van werknemers in Nederland als plaats van nakoming van de verbintenis tot betaling. Feitelijk zijn ook alle betalingen verricht van de Nederlandse bankrekening van de Nigeriaanse vennootschap van de directeur bij de Rabobank, op de bankrekening van werknemers. Uit artikel 6 Rv volgt derhalve, zoals de rechtbank terecht heeft beslist, dat de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

Uitleg overeenkomsten naar Nigeriaans recht

Grief 2 is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat naar Nigeriaans recht de directeur als de contractspartij van werknemers heeft te gelden en persoonlijk aansprakelijk is voor de betaling van het aan hen toegekende pensioen/de loyaliteitsbonus. De rechtbank heeft zich bij dit oordeel gebaseerd op een deskundigenbericht van het IJI van 16 oktober 2020. Het hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de vraag of de directeur al dan niet de contractspartij is van werknemers ten aanzien van de overeengekomen betalingen, moet worden beantwoord naar Nigeriaans recht. Volgens de directeur heeft de rechtbank haar oordeel echter niet mogen baseren op het deskundigenbericht, omdat partijen niet zijn gekend in (de totstandkoming van) het deskundigenbericht, partijen geen commentaar hebben kunnen geven op de door de rechtbank aan het IJI te stellen vragen, de rechtbank partijen niet in de gelegenheid heeft gesteld te reageren op het deskundigenbericht en het bericht geen deel uitmaakt van het procesdossier. Het hof gaat hieraan voorbij. Het hof heeft het deskundigenbericht van het IJI namelijk (alsnog) aan partijen gezonden, waarna partijen zich daarover in hun respectieve memories en antwoordmemories na het tussenarrest hebben uitgelaten. Daarmee is naar het oordeel van het hof in voldoende mate tegemoetgekomen aan de bezwaren van de directeur. In het deskundigenbericht van het IJI is als uitgangspunt verwoord dat in Nigeria (een voormalige Britse kolonie) als rechtstraditie de Engelse common law geldt. De directeur heeft dat uitgangspunt als zodanig niet, althans onvoldoende gemotiveerd bestreden. Er kan derhalve van worden uitgegaan dat naar Nigeriaans recht, evenals volgens de Engelse common law, een objectieve uitleg geldt waarbij strikte en tekstueel georiënteerde uitlegmethoden een grote rol spelen. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het deskundigenbericht van het IJI, mede gelet op de daarin gebezigde motivering, overtuigend voorkomt. Daarbij neemt het hof de bijzondere expertise van het IJI in aanmerking als onafhankelijk kennisinstituut ten behoeve van de advisering over internationaal privaatrecht en buitenlands recht. Uit het deskundigenbericht van het IJI volgt bovendien, met verwijzing naar diverse uitspraken van Nigeriaanse (appèl)rechters, dat wanneer een bestuurder een contract ondertekent in zijn naam zonder de naam of het bestaan ​​van een principaal te vermelden, hij persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden. Het hof verenigt zich geheel met het oordeel van de rechtbank dat de directeur bij de ondertekening van de overeenkomsten geen enkele keer een rechtspersoon of opdrachtgever heeft vermeld namens wie er werd ondertekend. Uit het Nigeriaanse recht volgt derhalve de conclusie dat de directeur daarom heeft te gelden als de contractspartij van werknemers en hij persoonlijk aansprakelijk is voor de betaling van de toegekende pensioen/loyaliteitsbonus. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.