Naar boven ↑

Rechtspraak

Vuyk Engineering Rotterdam B.V./werknemer c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 december 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:15760
Geen onrechtmatige concurrentie (Boogaard/Vesta). Van substantiƫle terugval in omzet van werkgever of overlopen van klanten naar bv van werknemers als gevolg van beconcurreren door werknemers, is niet gebleken. Vooralsnog ook geen aanwijzingen dat dit staat te gebeuren.

Feiten

De twee bij deze procedure betrokken werknemers zijn voormalig werknemers van Vuyk Engineering Rotterdam B.V. (hierna: Vuyk). Zij hebben 21 respectievelijk 11 jaar voor Vuyk gewerkt. In februari 2025 hebben zij de arbeidsovereenkomsten opgezegd met de mededeling dat zij een eigen bedrijf gaan oprichten. Werknemers hebben vervolgens samen een bv opgericht. In augustus 2025 vernam Vuyk dat een opdracht van een van haar klanten aan de bv van werknemers was gegund. Na onderzoek door haar IT-afdeling heeft Vuyk ontdekt, althans zo stelt zij, dat werknemers op verschillende manieren onbehoorlijk en onrechtmatig hebben gehandeld tegenover Vuyk en dat zij diverse verplichtingen met betrekking tot de geheimhouding hebben geschonden. Vuyk vordert in kort geding onder meer dat werknemers gedurende twee jaar hun concurrerende activiteiten staken, geen contacten onderhouden met klanten van Vuyk en dat zij zich houden aan de afspraken over geheimhouding. Werknemers voeren verweer en stellen dat het ze vrijstaat om Vuyk te beconcurreren; zij handelen niet onrechtmatig. Evenmin schenden zij de geheimhoudingsverplichtingen, aldus werknemers.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemers zijn niet gebonden aan een concurrentie- of relatiebeding. Dit betekent dat het hun in principe vrijstaat om met Vuyk als ex-werkgever te concurreren, ook als Vuyk daarvan nadeel ondervindt. Die concurrentie is pas onrechtmatig als er sprake is van (1) het stelselmatig en substantieel afbreken (2) van het duurzame bedrijfsdebiet van Vuyk met (3) hulpmiddelen die zij daarvoor vertrouwelijk van Vuyk ter beschikking kregen. Bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat, ook wanneer de gedragingen niet voldoen aan de zogenoemde Boogaard/Vesta-criteria, zij toch onrechtmatig zijn. De kantonrechter overweegt dat vooropstaat dat werknemers door hun lange dienstverband bij Vuyk beschikken over bedrijfsinformatie van Vuyk, zoals klant- en productgegevens. Het enkele gebruik van die kennis en gegevens en het benaderen van een klant is op zichzelf niet onrechtmatig. Ook het doorsturen van vertrouwelijke gegevens naar het eigen e-mailadres is in principe niet onrechtmatig. Dat wordt het pas als die kennis en gegevens worden gebruikt om het duurzame bedrijfsdebiet van de werkgever stelselmatig en substantieel af te breken. Uit de door Vuyk aangehaalde e-mails kan worden opgemaakt dat een van de werknemers een aantal klanten van Vuyk heeft laten weten dat hij een eigen onderneming is gestart. Ook spreekt hij in die berichten de hoop uit in de toekomst te kunnen samenwerken. Het gaat echter om niet meer dan enkele berichten aan een klein deel van het klantenbestand van Vuyk. Dat kan niet worden aangemerkt als stelselmatig of substantieel. Bovenal geldt dat Vuyk niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar bedrijfsdebiet wordt afgebroken door het handelen van werknemers. Vuyk stelt dat haar omzet in de maritieme offshore wind-sector goed is voor 31% van de totale omzet van Vuyk in de afgelopen twee jaar. Volgens Vuyk proberen werknemers daarvan nu de helft over te nemen. Partijen zijn het er echter over eens dat tot vandaag één opdracht van een klant van Vuyk naar de bv van werknemers is gegaan. Werknemers hebben onweersproken aangevoerd dat het om een eenmalige opdracht gaat met een omzet van € 118.800. Gesteld noch gebleken is dat de betreffende klant van Vuyk volledig is overgestapt van Vuyk naar de bv van werknemers of dat van plan is te doen. Dat is volgens werknemers ook niet mogelijk omdat zij daar eenvoudigweg de capaciteit niet voor hebben. Van een substantiële terugval in de omzet van Vuyk of overlopen van klanten naar de bv van werknemers als gevolg van het beconcurreren door werknemers is niet gebleken. Er zijn vooralsnog ook geen aanwijzingen dat dit staat te gebeuren. Ten slotte oordeelt de kantonrechter voorlopig dat de vorderingen van Vuyk die zien op de gestelde schending van het geheimhoudingsbeding worden afgewezen.