Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Chane Terminal Botlek B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:3600
Chane Terminal Botlek B.V. veroordeelt tot betaling dwangsom vanwege nalaten rectificatie. Geen dwangsommen verbeurd in verband met wedertewerkstelling.

Feiten

Werknemer werkt bij Chane Terminal Botlek B.V. (hierna: Chane) in de functie van shiftmanager. Werknemer is in november 2025 op non-actief gesteld. In een kortgedingprocedure heeft werknemer gevorderd dat Chane werknemer weer toelaat tot zijn werkzaamheden en een rectificatie verstuurt, en dat Chane werknemer niet mag beperken of hinderen in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor de ondernemingsraad. De vorderingen van werknemer zijn toegewezen. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de veroordeling tot wedertewerkstelling en daarmee samenhangend de vraag of de dwangsommen zijn verbeurd. Verder wil werknemer (onder meer) dat de dwangsommen worden verhoogd en dat Chane wordt veroordeeld tot betaling van de al verbeurde dwangsommen. Chane vindt dat alle vorderingen moeten worden afgewezen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van voldoende spoedeisend belang zijdens werknemer, aangezien Chane het vonnis van begin 2025 nog niet is nagekomen. Volgens werknemer moet Chane hem zonder enige voorwaarde weer toelaten tot het werk. Het gaat hier in de kern om de vraag of Chane dwangsommen heeft verbeurd. De executierechter moet in dat geval beoordelen of de voorwaarden waaronder de dwangsom is verschuldigd, zijn vervuld, waarbij de executierechter nadrukkelijk niet tot taak heeft de door de – in dit geval – kortgedingrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen. Doel en strekking van de veroordeling is dat werknemer weer aan het werk kan omdat er - naar het voorlopige oordeel van de kortgedingrechter - geen zwaarwegende omstandigheden zijn die een op non-actiefstelling rechtvaardigen. Werknemer kan in zoverre worden gevolgd dat aan de veroordeling tot wedertewerkstelling in principe geen voorwaarde is verbonden. Uit het vonnis volgt dat (voorbereidende) gesprekken nodig zijn om de wedertewerkstelling zo soepel mogelijk te laten verlopen. De kortgedingrechter heeft ook nadrukkelijk overwogen dat hij ervan uitgaat dat beide partijen zich daarvoor zullen inspannen. De uitleg die aan het vonnis moet worden gegeven is dat partijen ten minste een voorbereidend overleg moeten hebben voordat werknemer daadwerkelijk op de werkvloer kan terugkeren.  
Op 17 februari 2026 heeft Chane werknemer uitgenodigd voor een gesprek. Chane heeft een gesprek onder begeleiding van een mediator voorgesteld, werknemer wilde dit niet. Vervolgens is tussen partijen gecorrespondeerd over hoe en wanneer een gesprek zal plaatshebben. Tijdens de zitting is gebleken dat er inmiddels, voorafgaand aan de zitting op 10 maart 2026, een gesprek tussen partijen heeft plaatsgevonden. Dit heeft even geduurd maar er is niet gebleken dat dit een van de partijen valt aan te rekenen. Partijen hebben onder meer afgesproken dat werknemer binnen enkele dagen het werk zal hervatten. Verdere gesprekken zullen ‘on the job’ plaatshebben. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter betekent dit dat Chane vooralsnog geen dwangsommen heeft verbeurd wat betreft de veroordeling tot wedertewerkstelling. Ten aanzien van de rectificatie die Chane had moeten versturen, concludeert de kantonrechter dat Chane zich zorgen maakt over het effect van de rectificatie en welke gevolgen dat voor werknemer heeft. Hieruit kan worden afgeleid dat Chane het in feite niet eens is met deze veroordeling, in die zin dat de rectificatie naar alle medewerkers moet worden gestuurd. Dat is iets anders. Werknemer heeft overigens aangevoerd dat hij juist wil dat de rectificatie naar alle medewerkers wordt gestuurd omdat hij breed bekend is binnen Chane vanwege zijn OR-voorzitterschap. Gelet op het voorgaande is de conclusie dat Chane na de betekening van het vonnis en de aanzegging van de dwangsommen niet aan deze veroordeling heeft voldaan, terwijl zij dat wel had moeten doen. Dit betekent dat Chane in verband hiermee dwangsommen heeft verbeurd. Het gaat om in totaal € 5.000. Voor een verhoging van de dwangsommen, als extra prikkel, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding. Er zijn inmiddels afspraken gemaakt over terugkeer op de werkvloer en de rectificatie die moet worden verstuurd. De proceskosten worden gecompenseerd.