Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 27 maart 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:2887
Feiten
Werknemer is per 19 augustus 2024 in dienst getreden bij werkgeefster als medewerker algemeen schoonmaakonderhoud II. Werkgeefster maakt gebruik van software van AFAS. Op 4 februari 2025 stond in AFAS een bericht waarin werd vermeld dat de arbeidsovereenkomst van werknemer, die aanvankelijk aangezegd was via de arbeidsovereenkomst, verlengd werd. In een e-mail van 12 oktober 2025 heeft werknemer werkgeefster erop gewezen dat hij geen schriftelijke aanzegging heeft ontvangen en aanspraak maakt op de aanzegvergoeding. In een reactie van diezelfde datum heeft werkgeefster gewezen op een bericht in AFAS inhoudende dat de arbeidsovereenkomst in september 2025 is verlengd. Werknemer heeft daarop weer gereageerd en gevraagd om hem een kopie te verstrekken, indien er vóór 18 september 2025 een schriftelijke aanzegging in AFAS heeft plaatsgevonden. Werknemer verzoekt een veroordeling van werkgeefster tot betaling van de aanzegvergoeding. Werknemer stelt dat hij bij werkgeefster in dienst is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en dat de laatste arbeidsovereenkomst van rechtswege op 18 oktober 2025 is geëindigd. Werknemer stelt geen schriftelijke aanzegging te hebben ontvangen vóór 18 september 2025, noch per e-mail, noch per brief, noch via een ander persoonlijk schriftelijk bericht. Werkgeefster heeft achteraf gesteld dat de informatie over het al dan niet voortzetten van het contract in AFAS zou hebben gestaan. Werknemer stelt hierover niet actief te zijn geïnformeerd. Er is geen kennisgeving, melding of bericht aan hem verzonden. Het enkel plaatsen van informatie in een intern systeem zonder actieve schriftelijke kennisgeving aan de werknemer voldoet volgens werknemer niet aan de wettelijke aanzegplicht. Werkgeefster heeft derhalve niet voldaan aan de wettelijke verplichting tot tijdige en schriftelijke aanzegging, aldus werknemer.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgeefster is niet verschenen. In de arbeidsovereenkomst is niet aangegeven dat door middel van AFAS zou worden gecommuniceerd over andere zaken. Omdat werkgeefster geen verweer heeft gevoerd, heeft zij de stellingen van werknemer , met name de stelling dat hij niet actief is geïnformeerd over het bericht van 15 september 2025, niet weersproken. Het niet ontvangen van het bericht gedateerd op 15 september 2025, voor zover dit al op die datum in AFAS is geplaatst, komt dan ook niet voor risico van werknemer. Bovendien is dit bericht niet gericht aan werknemer, maar aan iemand met een andere naam. Dat werknemer de aanzegging dat de arbeidsovereenkomst wordt verlengd niet tijdig heeft ontvangen, komt voor risico van werkgeefster. Werkgeefster heeft werknemer op 12 december 2025 gewezen op de verlenging in AFAS. Dit is te laat, het verzoek van werknemer wordt toegewezen. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat met de standaardaanzegging dat de overeenkomst niet wordt verlengd in de eerste arbeidsovereenkomst en de aanbiedingsbrief van 4 februari 2025 behorend bij de tweede arbeidsovereenkomst, niet is voldaan aan de aanzeggingsverplichting, omdat de arbeidsovereenkomst telkens wél is verlengd en het doel van de aanzeggingsverplichting, tijdige zekerheid over het al dan niet verlengen, in dat geval niet wordt bereikt. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.
