Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:2612
Feiten
Werkgeefster is een transportbedrijf dat werkzaamheden verricht die meebrengen dat zij valt onder de werkingssfeer van de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de cao). Zij is niet aangesloten bij de werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland. De cao 2024/2025 is algemeen verbindend verklaard voor de periode van 24 april 2024 tot en met 31 december 2025. De cao 2023 is algemeen verbindend verklaard voor de periode van 13 januari 2023 tot en met 31 december 2023. De cao 2021/2022 is algemeen verbindend verklaard voor de periode 29 september 2021 tot en met 31 december 2022. FNV heeft de controle op naleving van de cao opgedragen aan de Stichting VNB. VNB heeft vanaf 7 november 2022 werkgeefster vele keren verzocht om aan te tonen dat zij als werkgeefster haar cao-verplichtingen correct en volledig heeft nageleefd. Ondanks meerdere sommaties heeft werkgeefster niet volledig voldaan aan de verzoeken van VNB. FNV vordert – samengevat – dat werkgeefster wordt veroordeeld tot naleving van een aantal cao-bepalingen met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2021, en wel gedurende de perioden dat de cao algemeen verbindend is verklaard.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Namens werkgeefster is niemand ter zitting verschenen. De kantonrechter verbindt hieraan het gevolg dat het standpunt van FNV ten aanzien van haar vorderingen en de onderbouwing daarvan juist wordt geacht. De onderbouwing van de vordering van FNV staat duidelijk in de correspondentie die vanaf 7 november 2022 is gevoerd en in de dagvaarding. Het ligt vervolgens op de weg van werkgeefster om aan te tonen dat zij de cao correct naleeft. Dit vloeit voort uit artikel 78 van de cao. Aan die verplichting heeft werkgeefster niet voldaan. VNB heeft voldoende onderbouwd dat overtredingen van de cao zijn geconstateerd die werkgeefster, ondanks concrete verzoeken, tot op heden weigert te herstellen. Dit leidt ertoe dat de vordering van FNV tot naleving van de cao wordt toegewezen zoals gevorderd, net als de vordering tot afgifte van deugdelijke berekeningen van de loonaanspraken die door correcte toepassing van de cao ontstaan en overlegging van salarisspecificaties en betalingsbewijzen waaruit naleving van de cao volgt. De gevorderde dwangsom wordt toegewezen, maar gemaximeerd tot € 100.000. FNV vordert voorts een schadevergoeding van € 8.262,50 op grond van artikel 78 lid 1 sub c van de cao en artikel 3 van de Wet AVV. Doordat de cao niet wordt nageleefd lijdt FNV reputatieschade, is sprake van verlies aan werfkracht en hebben medewerkers van VNB tijd aan de kwestie moeten besteden, aldus FNV. Daarbij heeft FNV toegelicht en onderbouwd hoe zij het gevorderde schadebedrag heeft berekend. Werkgeefster heeft geen enkel verweer gevoerd tegen de gevorderde schadevergoeding. Het gevorderde bedrag wordt dan ook toegewezen.
