Rechtspraak
Feiten
Mevrouw X is met ingang van 30 september 2022 werkzaamheden voor Samy Benelux B.V. gaan verrichten als Brand Strategy Teamleider. Beide partijen waren op dat moment in de veronderstelling dat zij werkte op basis van een freelanceovereenkomst. Initieel zijn partijen een jaarlijkse vergoeding van € 70.000 overeengekomen, die maandelijks zou worden uitbetaald. Bij brief van 14 juli 2025 heeft Samy de samenwerking met X opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van dertig dagen. X heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat de samenwerking als arbeidsovereenkomst moest worden gekwalificeerd en dat de opzegging daarvan onregelmatig was. X verzoekt (bij verzoekschrift, ontvangen op 14 oktober 2025) een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen heeft te gelden als een arbeidsovereenkomst en verzoekt de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit artikel 7:686a lid 4 sub a BW volgt dat de bevoegdheid om een verzoekschrift op grond van artikel 7:681 BW in te dienen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd vervalt. Partijen twisten over de vraag of die termijn eindigde op 13 of op 14 oktober 2025. Samy heeft de overeenkomst met X opgezegd op 14 juli 2025, met een opzegtermijn van 30 dagen. Dat betekent naar het oordeel van de kantonrechter dat de laatste werkdag 13 augustus 2025 was. Met andere woorden: de arbeidsovereenkomst zal op 14 augustus 2025 als beëindigd worden beschouwd. Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoekschrift uiterlijk op 13 oktober 2025 ingediend had moeten worden. X heeft gesteld dat een beroep op de vervaltermijn door Samy naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, waarbij het in artikel 6 EVRM verankerde recht op toegang tot de rechter in aanmerking moet worden genomen. De kantonrechter deelt die zienswijze niet. X heeft gesteld dat zij ervan uit is gegaan dat haar laatste werkdag 14 augustus 2025 was, maar daarvoor heeft Samy haar geen aanleiding gegeven. Zij heeft die dag ook niet gewerkt. De opzeggingsbrief is voldoende ondubbelzinnig. Nu de bevoegdheid om het verzoekschrift in te dienen vanwege het verstrijken van de vervaltermijn is komen te vervallen, is X niet-ontvankelijk in haar verzoeken.
