Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Aviapartner B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 23 maart 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:1801
Actueel oordeel van bedrijfsarts is toereikend om ontbinding op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid te dragen, ondanks summiere toelichting.

Feiten

Werknemer is sinds 2011 in dienst van Aviapartner B.V. In 2022 is werknemer toegetreden tot het overlegorgaan van Aviapartner. Op 22 november heeft werknemer zich ziek gemeld. In de periode daarna is hij om medische redenen niet of beperkt belastbaar geweest. Op 14 maart 2025 heeft Aviapartner aan het UWV toestemming gevraagd voor opzegging van de arbeidsovereenkomst met werknemer. Het UWV heeft deze toestemming geweigerd in verband met het opzegverbod dat geldt vanwege het lidmaatschap van werknemer van het overlegorgaan. Om die reden is Aviapartner onderhavige procedure gestart waarin zij de kantonrechter heeft verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid gedurende meer dan twee jaren (art. 7:669 lid 3 sub b BW). De kantonrechter heeft dat verzoek toegewezen en de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2025 ontbonden. Werknemer heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld, omdat hij het niet eens is met deze ontbinding.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. In hoger beroep is tussen partijen alleen nog in geschil of is voldaan aan het vereiste dat “aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en dat de werknemer binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan verrichten”. Op basis van de Uitvoeringsregels UWV was het aan Aviapartner om de stelling dat voldaan is aan het hiervoor weergegeven vereiste te onderbouwen met een actuele en adequate herstelprognose van de bedrijfsarts. De verklaring van de bedrijfsarts van 13 maart 2025 die Aviapartner in dat kader over heeft gelegd is volgens werknemer veel te summier en onvoldoende om dat oordeel te onderbouwen. Het hof stelt voorop dat er geen vormvereisten gelden voor de herstelprognose van de bedrijfsarts én dat een bedrijfsarts gebonden is aan het medisch beroepsgeheim (en de AVG-privacywetgeving) waardoor die arts beperkt is in de mate van medische informatie die in een dergelijke prognose kan worden vermeld. Het is juist dat de verklaring die de bedrijfsarts met betrekking tot werknemer heeft opgesteld summier is. Dat neemt niet weg dat het oordeel duidelijk is, namelijk: de situatie is verslechterd en er valt binnen 26 weken geen herstel te verwachten voor bedongen arbeid, ook niet in aangepaste vorm. Hierbij komt dat werknemer gedurende de twee jaren van zijn arbeidsongeschiktheid niet of slechts zeer beperkt belastbaar is geweest. De WIA-uitkering die hem is toegekend, is berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Onder deze omstandigheden heeft Aviapartner voldoende aannemelijk gemaakt dat herstel binnen 26 weken niet in de rede lag. Het lag vervolgens op de weg van werknemer om concreet te maken dat herstel binnen 26 weken wél te verwachten viel. Hij had toen hij op de hoogte raakte van de prognose van de bedrijfsarts een second opinion aan moeten vragen als hij het daar niet mee eens was. Bovendien kan die ondersteuning ook niet worden gevonden in de nadere medische stukken die werknemer in hoger beroep over heeft gelegd. Alles overziend moet de conclusie zijn dat de prognose van de bedrijfsarts in het licht van alle omstandigheden adequaat is en een ontslag op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid kan dragen. Het hoger beroep van werknemer slaagt niet.