Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/Goodstay Groep B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 17 maart 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:1641
Vorderingen arbeidsmigranten met betrekking tot overuren en gevaarlijke arbeidsomstandigheden afgewezen omdat zij niet tijdig hebben geklaagd.

Feiten

Werknemers zijn arbeidsmigranten die tussen 2017 en 2021 voor Goodstay Groep B.V. (hierna: Goodstay) hebben gewerkt in de functie van regiobegeleider en andere functies. Werknemers hebben een vergoeding voor gewerkte overuren en een schadevergoeding wegens het werken in een gevaarlijke omgeving gevorderd. Goodstay heeft onder meer een beroep gedaan op artikel 21 Rv. In eerste aanleg is een foto ingebracht waarvan is gebleken dat deze niet genomen is op een Goodstay-locatie, terwijl bewust een onderschrift is toegevoegd en een stelling is ingenomen. Niet alleen zou artikel 21 Rv geschonden zijn, maar ook zouden werknemers  onjuiste en irrelevante informatie in de procedure gebracht hebben. In dat kader heeft de kantonrechter geoordeeld dat werknemers onvoldoende openheid van zaken hebben gegeven over de herkomst van de ingebrachte foto en hoe deze in het dossier terecht was gekomen. Hierdoor hebben eisers afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid van andere producties. Omdat de kantonrechter zich onjuist en niet volledig voorgelicht achtte, zijn werknemers niet-ontvankelijk verklaard.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Een schending van artikel 21 Rv in eerste aanleg kan ook in hoger beroep consequenties hebben. De herstelfunctie van het hoger beroep staat daar niet aan in de weg. Werknemers hebben ter onderbouwing van het standpunt dat de werkomstandigheden bij Goodstay niet naar behoren waren een afbeelding van het politieoptreden bij een tramaanslag in Utrecht ingebracht. Werknemers hebben aangevoerd dat die foto per ongeluk is meegestuurd in een foto aan hun advocaat. De betreffende e-mail is in hoger beroep echter niet aangebracht. Hoewel voor werknemers c.s. duidelijk moet zijn geweest dat deze foto geen betrekking heeft op dit geschil, kent het hof hieraan een ander gewicht toe dan de kantonrechter. Het is niet zo dat er helemaal nooit enig politieoptreden bij Goodstay-locaties is geweest. Het gaat om een enkele foto, tussen meerdere (nieuws)berichten, die niet van wezenlijk belang is voor de beoordeling van de zaak. Volgens werknemers c.s. dienen de producties, zoals nieuwsberichten, ter illustratie van het bestaan van een structureel onveilige situatie op de locaties van Goodstay. Werknemers c.s. hebben niet gesteld dat deze of andere producties die in eerste aanleg zijn overgelegd (zoals de door de kantonrechter genoemde producties 27 en 54) betrekking hebben op incidenten die zij zelf hebben meegemaakt. Volgens Goodstay wordt met bepaalde producties de indruk gewekt dat deze zien op (een van) eisers omdat er stellingen van die strekking zijn ingenomen, maar het hof begrijpt dat er volgens werknemers c.s. in algemene zin regelmatig sprake was van onveilige situaties. Ook waar werknemers c.s. verwijzen naar incidenten die plaatsvonden nadat alle eisers al uit dienst waren, levert dat naar het oordeel van het hof op zichzelf geen schending op van artikel 21 Rv. Het hof heeft niet de overtuiging gekregen dat er hier feiten, zoals locatie en datum, zijn achtergehouden om de rechter (en ook de wederpartij) op het verkeerde been te zetten. De aard en de ernst van de schending van artikel 21 Rv, in samenhang met de overige omstandigheden, zijn daarmee niet zodanig dat de – zware – sanctie van niet-ontvankelijkverklaring in de omstandigheden van dit geval is aangewezen. Werknemers worden ontvangen in hun vorderingen. Het beroep van Goodstay op de klachtplicht slaagt. Werknemers hebben enkele jaren gewacht voordat zij een procedure aanhangig hebben gemaakt, terwijl geen bewijsstukken zijn overgelegd van eerder klagen. Met Goodstay is het hof van oordeel dat door het te late klagen aan Goodstay de mogelijkheid is ontnomen om de gestelde overuren te compenseren in vrije tijd of de werkzaamheden anders in te richten. Het hof kent tegen deze achtergrond het meeste gewicht toe aan het nadeel dat Goodstay lijdt door het te late protesteren, ondanks de voor werknemers c.s. ingrijpende gevolgen van verval van al hun rechten ter zake van de (gestelde) tekortkomingen. De stelling van werknemers c.s. dat arbeidsmigranten zich in een sterk afhankelijke positie bevinden ten opzichte van de werkgever maakt dat niet anders. De suggestie dat werknemers c.s. geïntimideerd zouden zijn door Goodstay strookt ook niet met hun betoog dat zij hebben geklaagd tijdens het dienstverband. Ten aanzien van de overuren en gevaarlijke omstandigheden oordeelt het hof dat werknemers onvoldoende gesteld hebben. Werknemers worden in de proceskosten veroordeeld.