Naar boven ↑

Rechtspraak

Processionals B.V./werknemer
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 17 maart 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:1509
Afwijzing vorderingen tot nakoming concurrentie- en relatiebeding. Niet aannemelijk dat werknemer gemaakte afspraken zo moest opvatten dat hij wel in dienst mocht treden van, maar geen vennoot mocht worden in recruitmentbedrijf dat zich (mede) richt op procesindustrie.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2021 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Processionals B.V. In verband met een overgang van onderneming heeft werknemer op verzoek van Processionals op 1 augustus 2023 een nieuw relatie-, concurrentie-, geheimhoudings-, antironsel- en boetebeding ondertekend. In februari 2025 zijn partijen een beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 april 2025 overeengekomen. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst met addendum gesloten, waarin – kort gezegd – staat vermeld dat alle postcontractuele bedingen onverminderd van kracht blijven. Werknemer heeft op 16 april 2025 samen met zijn zwager een vof opgericht. Werknemer is een van de vennoten. Volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel richt de vof zich op recruitment voor de procesindustrie en het vastgoedonderhoud. Processionals vordert onder meer nakoming van het concurrentiebeding, relatiebeding, geheimhoudingsbeding en antironselbeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor zover de vordering van Processionals ziet op het geheimhoudings- en antironselbeding zal het worden afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat werknemer zijn verplichtingen uit deze bedingen heeft geschonden of dreigt te schenden. De vraag die overblijft, is de vraag of het feit dat werknemer vennoot is in een door hem en zijn zwager opgerichte vof die zich mede richt op de procesindustrie een schending van het concurrentie- en relatiebeding oplevert. Tussen partijen is niet in geschil dat partijen in een addendum bij de vaststellingsovereenkomst hebben afgesproken dat het geldende concurrentiebeding van kracht blijft en dus zowel van toepassing blijft in geval van betrokkenheid bij een onderneming als in geval van het hebben van belang bij of in een onderneming, maar dat dit enkel zal gelden voor de procesindustrie. Uit een e-mail van 19 februari 2025 kan worden afgeleid dat partijen op die dag nog hebben gesproken over dat addendum en dat Processionals vervolgens aan werknemer heeft bericht dat als werknemer “een nieuwe baan vindt bij een organisatie binnen de recruitment- of uitzendbranche die uit verschillende labels bestaat, waarbij de Procesindustrie er één van is, hij toestemming krijgt om voor deze organisatie te werken”. Partijen verschillen van mening over hoe “een nieuwe baan vinden” en “voor een organisatie werken” moet begrepen. Daartoe overweegt de kantonrechter dat een tekstuele uitleg niet dwingt tot de conclusie dat onder “een nieuwe baan vinden” en “voor een organisatie werken” alleen “in dienst treden” wordt verstaan. Gesteld noch gebleken is dat partijen dit in een gesprek op 19 februari 2025 op die manier hebben besproken. Processionals heeft bovendien niet weersproken dat partijen op 19 februari 2025 hebben gesproken over het starten van een eigen onderneming door werknemer. Niet gesteld of gebleken is dat Processionals toen heeft benoemd dat werknemer alleen een eigen onderneming mocht starten indien deze geen enkel label in de procesindustrie zou hebben. Gelet op de aanmerkelijke nadelige gevolgen voor werknemer bij overtreding van het concurrentiebeding, had het daarbij eerder op de weg van Processionals als werkgever en penvoerder van de e-mail van 19 februari 2025 gelegen om (als zij aanleiding zag om het beding per e-mail toe te lichten) die e-mail van een voldoende precieze toelichting te voorzien. Het ligt dan ook niet voor de hand een eventuele onduidelijkheid in het nadeel van werknemer uit te leggen.
Alles overziende heeft Processionals naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter dus niet aannemelijk gemaakt dat werknemer redelijkerwijs de gemaakte afspraken zo moest opvatten dat hij wel in dienst mocht treden bij een recruitmentbedrijf dat zich (mede) richt op de procesindustrie, maar dat hij geen vennoot in zo’n onderneming mocht worden. Processionals heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat werknemer het relatiebeding heeft geschonden. Afwijzing van de vorderingen volgt.