Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 8 mei 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:7817
Feiten
Werknemer is per 1 maart 2021 in dienst getreden bij VCT Holding B.V. (hierna: Caem) in de functie van trader. Werknemer was werkzaam in het ‘Foodteam’. Zijn werkzaamheden bestonden uit het telefonisch benaderen van leveranciers en kopers (internationale parallelhandel). De arbeidsovereenkomst is per 1 januari 2022 door middel van een addendum omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd per 31 maart 2024. In maart 2025 is werknemer in dienst getreden bij Bickery Food Group B.V. (hierna: Bickery) als trader. Per 1 april 2025 is werknemer in dienst getreden bij Boost + Brands Distribution (hierna: Boost), wederom als trader. Caem heeft werknemer gewezen op het concurrentiebeding en de daaruit voortvloeiende boetes. Ook heeft zij werknemer gesommeerd zijn werkzaamheden bij Boost te staken. Caem heeft werknemer verzocht te bevestigen dat hij tijdens de looptijd van het relatiebeding geen dienstverband bij Boost zal aangaan. Dit verzoek is afgewezen. Per juni 2025 is werknemer opnieuw als trader in dienst getreden bij Boost. Caem vordert een veroordeling van werknemer tot betaling van € 35.500 en € 25.000 aan verbeurde boetes vanwege overtreding van het concurrentiebeding. Caem stelt dat werknemer, door bij Bickery en bij Boost in dienst te treden, twee keer het concurrentiebeding heeft geschonden.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Caem heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde vernietiging van het relatiebeding, daarom zal de kantonrechter het relatiebeding vernietigen. Het concurrentiebeding is onderdeel geworden van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsvoorwaarden zijn verder niet veranderd en in het addendum is opgenomen dat de voorwaarden van eerdere arbeidsovereenkomsten van toepassing blijven. Dat het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang mogelijk niet goed gemotiveerd is, zorgt er niet voor dat het beding ongeldig is als de arbeidsovereenkomst later voor onbepaalde tijd wordt voortgezet. Voor een concurrentiebeding in een onbepaaldetijdcontract is namelijk geen motivering nodig. Dat Caem werknemer nooit op het bestaan van het beding heeft gewezen maakt dat niet anders, werknemer heeft door ondertekening van de arbeidsovereenkomst bevestigd het beding te kennen en ermee in te stemmen. Dat werknemer op verzoek van Caem na het eindigen van de arbeidsovereenkomst nog enkele dagen heeft gewerkt, brengt geen verlenging van de duur van het concurrentiebeding mee. Het zou bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn als werknemer op verzoek van Caem enkele dagen langer werkt en dan een extra maand aan een concurrentiebeding is gebonden.
Bickery is naar het oordeel van de kantonrechter geen concurrent van Caem. Werknemer heeft betwist dat partijen dezelfde markt bedienen en bij dezelfde partijen in- en verkopen. Bickery maakt met bepaalde partijen exclusieve afspraken waardoor het niet mogelijk is dat Caem dezelfde producten aan dezelfde partijen verhandelt. Ook is een verklaring van de CEO van Bickery ingebracht waaruit volgt dat Bickery zichzelf niet als concurrent van de groep beschouwt. Caem heeft schermafdrukken overgelegd van een aantal producten die zij verkoopt, maar uit die schermafdrukken volgt alleen dat Caem een aantal producten verkoopt die ook op de website van Bickery onder het kopje ‘brands’ zijn vermeld. Aan welke partijen en in welke landen de producten verkocht worden, is op de schermafdrukken niet te zien. Caem heeft dan ook onvoldoende onderbouwd gesteld dat Bickery een concurrent van haar is. De gevorderde boete over de periode dat werknemer bij Bickery heeft gewerkt wordt daarom afgewezen. Vast staat dat Boost een concurrerende onderneming is, maar dat werknemer pas per april 2025 bij Boost is gaan werken en op dat moment niet meer aan een concurrentiebeding was gebonden. Caem wordt in de proceskosten veroordeeld.
