Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Bellingcat
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:1090
Loonvordering in kort geding wordt toegewezen. Op de arbeidsovereenkomst is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter Nederlands recht van toepassing, zodat op grond van de ketenregeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.

Feiten

Werknemer is op 1 augustus 2022 in dienst getreden bij Bellingcat (Nederland) op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. De arbeidsovereenkomst is op 1 augustus 2023 en op 1 augustus 2024 telkens met één jaar verlengd, onder dezelfde voorwaarden. In alle drie arbeidsovereenkomsten is bepaald dat Nederlands recht van toepassing is. Werknemer is in januari 2023 verhuisd. Bellingcat heeft de kosten voor het visum voor zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk volledig vergoed. Op 8 juli 2025 heeft werknemer de aanvraag voor een Global Talent Visum in het Verenigd Koninkrijk ingediend. Na 31 juli 2025 is werknemer zijn werkzaamheden voor Bellingcat blijven verrichten. Op 14 augustus 2025 heeft Bellingcat een concept van een nieuwe arbeidsovereenkomst aan werknemer toegezonden. In dit concept wordt het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. Partijen hebben dat concept niet ondertekend. Bij brief van 10 september 2025 heeft Bellingcat aan werknemer onder meer het volgende geschreven: “We wanted to express our sadness at your decision not to sign the new contract we offered you and your resulting departure. This letter serves as an annex to your current contract. The annex will extend the current contract until 31 October 2025 so that you have time to wrap up your tasks and responsibilities. 31 October 2025 will also be your last day of employment at Bellingcat.” In dit kort geding vordert werknemer onder meer veroordeling van Bellingcat tot betaling van het loon vanaf 1 november 2025, zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het betreft een internationaal geschil. Welk recht van toepassing is op het geschil moet worden bepaald aan de hand van de Rome I-verordening. Op grond van die verordening is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter Nederlands recht van toepassing.  Partijen hebben in drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten expliciet een keuze gemaakt voor de toepasselijkheid van het Nederlands recht. Na het van rechtswege eindigen van de laatst getekende tijdelijke arbeidsovereenkomst op 31 juli 2025, is werknemer werkzaamheden blijven verrichten. Dat er voor die periode ná 31 juli 2025 een andere rechtskeuze zou zijn gemaakt, is gesteld noch gebleken. Verder is niet in geschil dat de derde tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst na 31 juli 2025 is voortgezet, waardoor bij toepasselijkheid van Nederlands recht op grond van artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Bellingcat heeft de arbeidsovereenkomst op 10 september 2025 opgezegd met ingang van 31 oktober 2025. De kantonrechter komt tot het voorlopige oordeel dat deze opzegging van de arbeidsovereenkomst door Bellingcat niet rechtsgeldig is. Werknemer heeft niet ingestemd met de opzegging, er is voor de opzegging geen toestemming verleend door het UWV en er is ook geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Op grond hiervan is het aannemelijk dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst in de bodemprocedure zal worden vernietigd en dat Bellingcat het loon van werknemer na 31 oktober 2025 verschuldigd is.