Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/gedaagde
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 23 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:810
Gaat de arbeidsovereenkomst wegens overgang van onderneming mee over naar de nieuwe eigenaar? Kort geding.

Feiten

Werknemer is vanaf 1 september 2025 werkzaam bij een horecaonderneming op basis van een arbeidsovereenkomst voor twee jaar en werkzaam in de functie van allround horecamedewerker, voor 38 uur per week tegen een salaris van € 2.300 bruto. Vanaf 1 oktober 2025 heeft gedaagde  de horecaonderneming overgenomen. Gedaagde heeft werknemer na de overname niet toegelaten tot het werk en er is sinds de overname geen loon aan werknemer betaald. Tussen partijen is in geschil de vraag of de arbeidsovereenkomst die werknemer met de voormalige eigenaar van de horecaonderneming heeft gesloten met de overgang van de onderneming is overgegaan naar gedaagde en gedaagde in dat kader gehouden is om werknemer toe te laten tot het werk en loon moet betalen. Werknemer stelt dat door de overname van de onderneming de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:663 BW met ingang van 1 oktober 2025 zijn overgegaan op gedaagde. Gedaagde stelt daar tegenover dat de arbeidsovereenkomst niet op hem is overgegaan, omdat hij met de vorige eigenaar heeft afgesproken dat hij geen personeel zou overnemen. Gedaagde verwijst ter onderbouwing naar de koopovereenkomst, waarin staat dat alleen activa en immateriële activa worden overgenomen. Daarnaast is er een verklaring ‘overname van onderneming zonder overname arbeidsovereenkomsten’ opgesteld, waarin de vorige eigenaar zou hebben verklaard dat medewerkers bij hem in dienst blijven en niet overgaan, maar gedaagde kan die verklaring niet overleggen, omdat de vorige eigenaar dat papier zou hebben verscheurd. 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van de afspraak die partijen zouden hebben gemaakt, die afspraak in elk geval niet tot het oordeel kan leiden dat de arbeidsovereenkomst met werknemer niet op gedaagde is overgegaan, omdat artikel 7:663 BW prevaleert boven de afspraak van partijen. Dat artikel bepaalt dat door de overgang van onderneming de rechten en verplichtingen die op dat tijdstip voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen hem en een in zijn onderneming werkzame werknemer van rechtswege overgaan op de verkrijger, in dit geval gedaagde. De regel dat alle rechten en verplichtingen van de werknemer vanzelf mee over gaan, is van dwingend recht. Eigen afspraken over het al dan niet meenemen van personeel gelden dus niet. Dit betekent dat door het overnemen van de onderneming de rechten en plichten uit de arbeidsovereenkomst van rechtswege zijn overgegaan op gedaagde. Gedaagde voert nog aan dat hij de arbeidsovereenkomst die werknemer in het geding heeft gebracht niet eerder heeft gezien. Werknemer zou die arbeidsovereenkomst volgens gedaagde later hebben opgesteld om te kunnen gebruiken in deze procedure en in een procedure die werknemer heeft lopen bij de IND voor een verblijfsvergunning. De gemachtigde van werknemer heeft ter zitting daartegen ingebracht dat werknemer al sinds 2023 een verblijfsvergunning heeft. Daarom valt niet in te zien waarom hij de arbeidsovereenkomst nodig zou hebben om een verblijfsvergunning veilig te stellen.