Rechtspraak
Feiten
Vers Select B.V. (hierna: Vers Select) exploiteerde een groothandel in voeding en genotsmiddelen, waaronder aardappelen, groente, fruit, zuivel, kaas, brood en pasta’s. Werknemer is op 3 mei 2017 in dienst getreden bij Vers Select als orderpicker. Op 11 mei 2023 is hij arbeidsongeschikt geraakt. X drijft een groothandel in groenten en fruit en houdt zich ook bezig met de verwerking van groenten en fruit. Per 1 oktober 2023 heeft Vers Select de klantenportefeuille overgedragen aan X. Een aantal werknemers van Vers Select is in dienst gekomen van X. De machines en andere bedrijfsmiddelen van de groothandel van Vers Select zijn niet door X overgenomen. Vers Select is op 31 oktober 2023 failliet verklaard. De curator van Vers Select heeft bij brief van 3 november 2023 de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd. Werknemer heeft zich op het standpunt gesteld dat hij na een overgang van onderneming vanaf 1 oktober 2023 in dienst is van X. X heeft hem geen loon betaald en heeft zich niet ingezet voor zijn re-integratie. Omdat X op die manier ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en/of heeft nagelaten, heeft werknemer aanspraak op toekenning van een billijke vergoeding en een transitievergoeding.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt.
Geen sprake van een overgang van onderneming
Vast staat dat X behoudens het klantenbestand geen materiële activa van Vers Select heeft overgenomen. De machines, bedrijfswagens en andere apparatuur die gebruikt werden voor de groothandel van Vers Select zijn aan derden verkocht. Eveneens staat vast dat er geen sprake is geweest van overgang van vrijwel het voltallige personeel. Onduidelijk is gebleven wat het precieze aantal werknemers in dienst van Vers Select was ten tijde van de overdrachtsdatum. Volgens de faillissementscurator zouden 41 werknemers in dienst zijn geweest van Vers Select ten tijde van het faillissement. Hoe dan ook, van de 29 werknemers die op de lijst stonden die X heeft gekregen van Vers Select, is een aanzienlijk deel niet in dienst getreden bij X. Evenmin is qua deskundigheid een wezenlijk deel van het personeel overgegaan. X heeft onweersproken gesteld dat de voormalige werknemers van Vers Select die bij haar in dienst zijn gekomen allen orderpickers en chauffeurs zijn. Aannemelijk is dat deze werknemers geen kennis en vaardigheden bezitten die wezenlijk zijn voor de overgenomen bedrijfsactiviteit, voor zover van dat laatste gesproken kan worden. X heeft bovendien onweersproken gesteld dat het voormalige personeel van Vers Select voor het gehele klantenbestand van X wordt ingezet, dus niet specifiek voor de voormalige klanten van Vers Select.
X heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep eveneens onweersproken gesteld dat de aard en werkwijze van de beide ondernemingen in grote mate verschillen. Zo heeft X een veel groter assortiment aan groente en fruit dan Vers Select had. X heeft geen artikelen uit het assortiment van Vers Select overgenomen maar levert sinds de overname uitsluitend haar eigen assortiment aan de voormalige klanten van Vers Select. Volgens X verschillen de producten in kwaliteit, en is de productie bij haar volledig geautomatiseerd in tegenstelling tot de productie in het bedrijf van Vers Select. Het bestel- en productieproces bij X is gestandaardiseerd en zij levert daardoor geen maatwerk zoals Vers Select wél deed. Voor een deel van de voormalige klanten van Vers Select is het aanbod van X daarom niet interessant en deze klanten zijn inmiddels afgehaakt.
De conclusie luidt dat geen sprake is van overgang van onderneming.
