Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 22 oktober 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:6103
Feiten
Eiseres 1 is een transportbedrijf en eiseres 2 is een groothandel in food- en non-foodproducten. FNV heeft eiseressen gedagvaard in verband met de naleving van de cao Beroepsgoederenvervoer. De rechtbank heeft eiseres 1 veroordeeld om binnen vier weken na betekening van het vonnis de cao na te leven, op straffe van een dwangsom. Ook eiseres 2 is veroordeeld om de cao Beroepsgoederenvervoer na te leven op straffe van een dwangsom. De uitvoerbaar bij voorraadverklaring is door de kantonrechter in het vonnis niet gemotiveerd. Eiseressen hebben volgens FNV de verbeurde dwangsommen niet betaald. FNV heeft vervolgens executoriaal beslag gelegd op de voertuigen van eiseressen. Eiseressen vorderen schorsing van het eerdere vonnis en opheffing van de dwangsommen, en een verbod voor FNV om het vonnis ten uitvoer te leggen. Volgens eiseressen berust het vonnis op een juridische en feitelijke misslag. Ook vinden zij dat er sprake is van een noodtoestand.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat er sprake is van een executiegeschil is het spoedeisend belang gegeven. Niet is gebleken dat het vonnis berust op een kennelijke misslag. Daarvoor is een zo evidente of aperte vergissing in het recht of de feiten nodig, dat daarover geen redelijke twijfel kan bestaan. Daarvan is geen sprake. Wel oordeelt de voorzieningenrechter dat eiseressen voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zich omstandigheden voordoen die meebrengen dat hun belang bij behoud van de bestaande toestand – zolang niet op het hoger beroep is beslist – zwaarder weegt dan het belang van FNV bij de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de veroordeling. Eiseressen hebben immers aangevoerd dat wanneer de tenuitvoerlegging niet wordt geschorst, voor hen een faillissementssituatie dreigt. Partijen blijven het op een aantal punten oneens, onder meer de toepasselijke loonschaal voor (ex-)werknemers. Het faillissementsrisico wordt niet alleen veroorzaakt door de loonvordering, maar ook door aan FNV te betalen dwangsommen. Ook hebben eiseressen zich beroepen op het restitutierisico, aangezien het gaat om nabetalingen aan chauffeurs die grotendeels niet (meer) in Nederland wonen. Omdat FNV beslag heeft gelegd op de voertuigen van eisers, komt de verdiencapaciteit van eiseressen onder druk te staan als FNV de verkoop doorzet. FNV heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt welk belang zij heeft bij het schorsen van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot hoger beroep en het onmiddellijk ten uitvoerleggen van het vonnis. Eiseressen hebben aangevoerd geen bezwaar te hebben tegen het beslag op hun voertuigen, zij kunnen de voertuigen immers blijven gebruiken. Het voorgaande leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat FNV onvoldoende concreet en zwaarwegend belang heeft bij onmiddellijke tenuitvoerlegging van het vonnis. De voorzieningenrechter zal daarbij bepalen, zoals gebruikelijk, dat de schorsing geldt totdat het gerechtshof in hoger beroep heeft beslist. Aangezien de veroordelingen van het vonnis waaraan dwangsommen zijn verbonden worden geschorst, wordt de verdere tenuitvoerlegging van de volgens FNV verbeurde dwangsommen geschorst. De proceskosten worden gecompenseerd.
