Naar boven ↑

Rechtspraak

Teamzorg B.V./werkneemster
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 5 februari 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:857
Verplichte zorgdiploma’s zijn ‘noodzakelijke scholing’ voor het uitoefenen van de functie en werden door werkgever zelf vereist, gestuurd en georganiseerd – studiekostenbedingen zijn nietig en studiekosten mogen niet worden teruggevorderd.

Feiten

Teamzorg verleent thuiszorg en ondersteuning in de regio Nijmegen. Werkneemster was vanaf 3 april 2023 bij Teamzorg in dienst. Teamzorg heeft doorlopend vacatures voor de functie helpende en verlangt dat werknemers het diploma helpende hebben of dit behalen. Werkneemster solliciteerde op 23 maart 2023, gaf aan dat zij zorgervaring heeft en zich via studie wil ontwikkelen. Na een gesprek op 24 maart 2023 sloten partijen op 3 april 2023 een leer-/arbeidsovereenkomst als 'leerling helpende plus' (tot uiterlijk 3 november 2023). Op 5 mei 2023 spraken partijen af dat werkneemster de opleiding helpende met certificaat plus aan het Zorgcollege zou volgen en daarna (versneld) verzorgende IG. Voor de opleiding helpende/plus werden twee studiekostenbedingen gesloten (€ 3.595 en aanvullend € 530), met terugbetalingsverplichting (afbouwregeling) bij beëindiging op initiatief van werkneemster binnen drie jaar na afronding. Werkneemster behaalde op 20 maart 2024 het diploma helpende met certificaat plus. Daarna sloten partijen op 22 maart 2024 een leer-/arbeidsovereenkomst als leerling-verzorgende IG (tot uiterlijk 30 juni 2025) en op 25 maart 2024 een studiekostenbeding van € 6.601,25, met (afbouw)terugbetaling bij beëindiging tijdens de opleiding en/of binnen drie jaar na afronding op initiatief van werkneemster. Bij einde zonder diploma zouden de opleidingskosten volledig worden terugbetaald. Werkneemster startte de opleiding, maar rondde deze niet af en zegde haar arbeidsovereenkomst op tegen 1 oktober 2024. Vervolgens ontstond discussie over terugbetaling van studiekosten. Teamzorg vordert (na eisvermindering) € 3.931,57 aan studiekosten op basis van de studiekostenbedingen.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:611a BW scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie kosteloos moet worden aangeboden. Een beding dat de kosten van zulke scholing op de werknemer verhaalt, is nietig. De kantonrechter oordeelt dat de opleiding helpende in deze context noodzakelijke scholing is, omdat deze opleiding nodig is om de functie helpende bij Teamzorg te kunnen uitoefenen. Dit sluit aan bij de functie-eisen uit de vacature en bij de door Teamzorg gewenste kwaliteitsbasis. Ook het certificaat plus wordt aangemerkt als noodzakelijke scholing, omdat dit certificaat nodig is om zelfstandig extra vaardigheden te mogen verrichten die bij de functie helpende horen en in dit geval een logisch verlengstuk is van de opleiding helpende. Daarom zijn studiekostenbedingen 1 en 2 nietig en kan Teamzorg de daarop gebaseerde studiekosten niet terugvorderen. Ook het derde studiekostenbeding (verzorgende IG) is volgens de kantonrechter nietig. Daarbij weegt mee dat Teamzorg met werkneemster een leer-/arbeidsovereenkomst heeft gesloten voor de functie leerling-verzorgende IG, dat Teamzorg structureel vacatures had (ook) voor verzorgende IG, dat Teamzorg belang had bij doorgroei en behoud van een goede werknemer, en dat Teamzorg zich bemoeide met de opleidingskeuze (sneller traject bij het Zorgcollege in verband met personeelstekort). Dat het initiatief tot de opleiding bij werkneemster lag, is niet doorslaggevend. De verwijzing naar cao-bepalingen over studiekostenbedingen leidt niet tot een ander oordeel. De conclusie is dat ook de opleiding verzorgende IG als noodzakelijke scholing moet worden gezien en dus kosteloos aangeboden had moeten worden. Het daarop betrekking hebbende studiekostenbeding is nietig. De vordering van Teamzorg tot betaling van studiekosten wordt daarom volledig afgewezen.