Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 22 januari 2026
ECLI:NL:RBOBR:2026:474
Feiten
Werknemer is op grond van een uitzendovereenkomst met ingang van 3 oktober 2022 bij MFN in dienst getreden. Werknemer is vanaf 7 november 2022 uitgezonden aan inlener. Op 2 mei 2023 heeft werknemer met zijn begeleider bij MFN besproken dat hij zijn knie had gestoten, waarna hij op 8 mei 2023 naar de huisarts is geweest, vergezeld door de begeleider. Op 3 september 2023 (vlak voor de einddatum van het dienstverband tussen MFN en werknemer op 30 september 2023) hield het werk voor werknemer bij inlener op. Bij afzonderlijke brief van 14 september 2023 heeft (de gemachtigde van) werknemer inlener en MFN aansprakelijk gesteld “in verband met het door hem op 1 mei 2023 overkomen ongeval, waarbij cliënt letsel heeft opgelopen”. Bij e-mail van 5 oktober 2023 heeft MFN aansprakelijkheid van de hand gewezen. Bij e-mail van 13 oktober 2023 heeft inlener aansprakelijkheid van de hand gewezen. Bij dagvaarding van 3 juli 2024 heeft werknemer MFN en inlener in rechte betrokken. MFN is verzekerd bij Achmea Schadeverzekeringen N.V. (hierna: “Achmea”). In opdracht van Achmea is een onderzoek uitgevoerd naar de toedracht van het gestelde arbeidsongeval. In het rapport toedrachtsonderzoek wordt op pagina 3 samenvattend geconcludeerd dat het daadwerkelijk plaatsvinden van het ongeval en de gestelde toedracht niet konden worden vastgesteld. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van het arbeidsongeval dat zich op 1 mei 2023 heeft voorgedaan en wel op grond van artikel 7:658 lid 2 en lid 4 BW.
Oordeel
Het is aan werknemer om te bewijzen dat hij tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden bij inlener schade heeft geleden. Werknemer heeft dit onvoldoende aannemelijk gemaakt want deugdelijke onderbouwing daarvoor ontbreekt. Hij heeft geen, althans geen objectief en/of overtuigend bewijs geleverd dat het arbeidsongeval heeft plaatsgevonden. Weliswaar heeft werknemer enige verklaringen van collega’s in het geding gebracht maar nog daargelaten dat deze collega’s niet uit eigen wetenschap hebben kunnen verklaren over het gestelde ongeval, hebben zij tijdens het toedrachtonderzoek verklaringen afgelegd die op relevante onderdelen afbreuk doen aan de stellingen van werknemer. De eigen verklaring van werknemer kan niet gelden als objectief bewijsmiddel. Bij het voorgaande komt dat de toedracht van het door werknemer gestelde ongeval door MFN en inlener gemotiveerd is betwist. Deze betwisting is door werknemer onvoldoende gemotiveerd en/of overtuigend weersproken. Dit geldt zelfs als wordt uitgegaan van de authenticiteit en juistheid van de door werknemer ingebrachte foto’s en stellingen. De kantonrechter heeft bij zijn beoordeling verder in aanmerking genomen dat de huisarts op 8 mei 2023 het letsel (een kleine blauwe plek) heeft waargenomen aan de binnenkant van het been, onder de knie, wat strookt met de conclusie in het toedrachtonderzoek dat de lasklem (indien al aanwezig) hoger heeft gezeten dan de knie van een persoon met een lengte als werknemer. Dit door de huisarts waargenomen letsel kan - zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt - dus niet als bewijs dienen voor de stelling dat de lasklem (zoals getoond op bovenstaande foto) knieletsel bij werknemer heeft veroorzaakt. De vorderingen worden afgewezen.
