Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:9995
Feiten
Skytree ontwikkelt systemen voor het afvangen van koolstofdioxide met Direct Air Capture (DAC). Werknemer trad op 1 november 2020 bij Skytree in dienst als senior material scientist op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twaalf maanden. In die arbeidsovereenkomst was een concurrentiebeding opgenomen dat in de arbeidsovereenkomst werd gemotiveerd. Op 29 oktober 2021 sloten partijen addendum A, waarin de arbeidsovereenkomst werd verlengd voor opnieuw twaalf maanden. Vervolgens zetten partijen bij addendum B van 9 maart 2022 de arbeidsovereenkomst met ingang van die datum om naar onbepaalde tijd en wijzigden zij de functie naar head of R&D, met een hoger salaris. Daarna volgden addenda C tot en met E met verdere wijzigingen, waaronder salarisaanpassingen, een gewijzigde reiskostenregeling, een functiewijziging naar chief science officer en een bonusregeling. In geen van deze addenda werd het concurrentiebeding opnieuw overeengekomen. Elk addendum bevatte wel de bepaling dat alle overige bepalingen uit de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst van kracht bleven. Op 23 mei 2024 tekenden partijen een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband per 30 september 2024. In deze vaststellingsovereenkomst werd opgenomen dat de postcontractuele verplichtingen, waaronder het concurrentiebeding, na de einddatum onverkort zouden doorlopen, en dat bij overtreding een contractuele boete verschuldigd zou zijn. Per 1 augustus 2024 trad werknemer bij Ucaneo in dienst als head of research & development. Ucaneo ontwikkelt eveneens DAC-systemen. Skytree sommeerde werknemer bij brief van 25 februari 2025 om zijn werkzaamheden voor Ucaneo direct te beëindigen vanwege schending van het concurrentiebeding. Werknemer gaf daaraan geen gehoor. Skytree vordert onder meer een verklaring voor recht dat werknemer het concurrentiebeding had overtreden door bij Ucaneo te werken, alsmede veroordeling tot betaling van contractuele boetes (met rente en kosten).
Oordeel
Tussen partijen stond vast dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst van 1 november 2020 destijds rechtsgeldig was overeengekomen. De vraag was echter of werknemer bij het einde van het dienstverband (nog steeds) aan dat beding gebonden was of dat partijen later opnieuw een geldig concurrentiebeding waren overeengekomen. Die vraag beantwoordde de kantonrechter ontkennend. De kantonrechter stelde vast dat addendum A niet alleen een voortzetting was, maar leidde tot het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst na afloop van de oorspronkelijke overeenkomst. In zo’n situatie moet een concurrentiebeding opnieuw schriftelijk worden overeengekomen. De algemene bepaling in addendum A dat overige bepalingen uit de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst onverkort gelden, was daarvoor onvoldoende. De oorspronkelijke arbeidsovereenkomst was niet (kenbaar) als bijlage bijgevoegd en uit het addendum volgde niet dat werknemer uitdrukkelijk opnieuw instemde met het concurrentiebeding. Bovendien ontbrak in addendum A de vereiste motivering waarom het beding noodzakelijk was. Daardoor bevatte addendum A geen geldig concurrentiebeding. Vervolgens oordeelde de kantonrechter dat ook addendum B (omzetting naar onbepaalde tijd met functiewijziging) en de daaropvolgende addenda telkens wijzigingen van de arbeidsovereenkomst meebrachten, waardoor het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen. Omdat het beding in addenda B tot en met E niet opnieuw was opgenomen en dus niet voldeed aan het schriftelijkheidsvereiste was ook in die fasen geen rechtsgeldig concurrentiebeding tot stand gekomen. Omdat geen rechtsgeldig concurrentiebeding (meer) bestond, wees de kantonrechter de vorderingen van Skytree af.
