Naar boven ↑

Rechtspraak

Aon Groep Nederland B.V./werknemer c.s.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:582
Overstap werknemers verzekeringsmakelaar naar concurrent. Geen onrechtmatige concurrentie (Boogaard/Vesta). Gelet op grootte oud-werkgever ligt drempel van ‘stelselmatig en substantieel afbreken van duurzaam bedrijfsdebiet’ hoog.

Feiten

Drie werknemers zijn in dienst geweest bij Aon Groep Nederland B.V. (hierna: Aon) als (senior) accountmanager. Werknemers hebben elk hun arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 september 2024 en zijn alle drie per die datum in dienst getreden bij een concurrent van Aon. Achttien klanten van Aon die tot de portefeuilles van werknemers behoorden, zijn vervolgens ook overgestapt naar die concurrent. Inmiddels is het in de arbeidsovereenkomsten met Aon opgenomen geheimhoudings- en/of relatiebeding van werknemers afgelopen. Aon meent dat sprake is van onrechtmatige concurrentie en vordert in kort geding een verbod tot het benaderen van klanten van Aon en een voorschot van ruim € 2 miljoen op een schadevergoeding.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

Voorschot afgewezen; geen spoedeisend belang

Zelfs wanneer ervan wordt uitgegaan dat het werknemers ook ná het verlopen van het geheimhoudings- en/of relatiebeding niet is toegestaan om klanten van Aon te benaderen, valt niet in te zien welk spoedeisend belang Aon heeft bij de door haar gevorderde betaling van een voorschot van € 2.159.888. Voor de incasso van de door Aon gestelde (en door werknemers gemotiveerd betwiste) vordering tot betaling van een schadevergoeding is het voeren van een bodemprocedure de geëigende weg. De gevorderde betaling van het voorschot wordt afgewezen.

Geen onrechtmatige concurrentie

Vast staat dat de duur van de overeengekomen geheimhoudings- en/of relatiebedingen inmiddels is verstreken. Het staat werknemers daarom in beginsel vrij om Aon te beconcurreren, ook wanneer Aon daarvan nadeel ondervindt. Bijkomende omstandigheden kunnen er wel toe leiden dat bepaalde concurrerende activiteiten toch onrechtmatig zijn. In dit geval moet beoordeeld worden of er een serieuze aanleiding is om te vrezen dat (een of meer) werknemers jegens Aon onrechtmatig zullen handelen, zodat een verbod op zijn plaats is. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval. Wat betreft de reeds overgestapte klanten geldt op grond van vaste rechtspraak (Boogaard/Vesta) dat nodig is dat substantieel afbreuk is/wordt gedaan aan het duurzame bedrijfsdebiet. Daaruit volgt dat de overstap van enkele klanten reeds om die reden onvoldoende is. Aon is immers een grote speler in de verzekeringswereld met een groot klantenbestand, waardoor de drempel om te kunnen spreken van het stelselmatig en substantieel afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet in dit geval hoog ligt. Verder moet gebruik zijn gemaakt van kennis en gegevens die bij de voormalige werkgever vertrouwelijk zijn verkregen. Dat aan dat criterium is voldaan onderbouwt Aon vooral met aannames en veronderstellingen; dat volstaat niet. Daar komt bij dat sinds het verlopen van de geheimhoudings- en/of relatiebedingen inmiddels ruim zestien maanden zijn verstreken, waardoor de bij Aon opgedane kennis en verkregen bedrijfsinformatie in relevantie en actualiteit heeft ingeboet. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat er een serieus risico bestaat dat werknemers jegens Aon onrechtmatig zullen handelen in de vorm van onrechtmatige concurrentie. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. De vorderingen van Aon om werknemers te verbieden om zakelijk contact te houden met klanten van Aon, worden daarom afgewezen.