Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:9893
Feiten
Werknemer is op 1 augustus 2018 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van sales & marketing. Zijn laatstgenoten salaris bedraagt € 4.926,21 bruto exclusief emolumenten. Werkgeefster was actief in de bloemenhandel en werkte nauw samen met The Flower Board The Financial Company Ltd (hierna: Flower Board). Flower Board is gespecialiseerd in export en verzending van onder meer bloemen, waarvan de inkoop bij kwekers in Israël plaatsvond. Werknemer is sinds 20 maart 2025 volledig arbeidsongeschikt (vanwege een arbeidsconflict). Hij ontving sindsdien 90% van zijn salaris. Op 8 juli 2025 is werkgeefster op eigen verzoek failliet verklaard. Bij brief van 14 juli 2025 heeft de curator de arbeidsovereenkomst van werknemer en de twee andere werknemers opgezegd. Na 1 mei 2025 heeft werknemer geen loon tijdens ziekte meer ontvangen. Ook de betaling van onkostendeclaraties is gestopt. Tussen werkgeefster en werknemer is een kortgedingprocedure aanhangig geweest bij deze rechtbank, waarbij werkgeefster is veroordeeld tot betaling onder meer onkostendeclaraties, vakantietoeslag en salaris. Werknemer heeft een printscreen van de website van Flower Board in het geding gebracht. Daarop is te zien dat op 12 augustus 2025 op de website van Flower Board bij de contactgegevens de namen van werknemer en zijn collega’s worden vermeld. Bij e-mail van 12 augustus 2025 heeft de gemachtigde van werknemer aan Flower Board bericht dat er sprake is van een overgang van onderneming en dat werknemer als gevolg daarvan van rechtswege in dienst is gekomen van Flower Board. Werknemer vordert daarom onder meer doorbetaling van (achterstallig) salaris en wedertewerkstelling.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat voorshands aannemelijk is dat er sprake is van overgang van onderneming. Uit het uittreksel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt dat Flower Board zich onder meer bezighoudt met de im- en export van bloemen. Dat leidt tot het voorlopig oordeel dat de aard van de onderneming in beginsel identiek is. Niet gebleken is dat materiële vaste of vlottende activa zijn overgedragen, maar deze omstandigheid legt weinig gewicht in de schaal. In het faillissementsverslag staat namelijk dat werkgeefster vrijwel geen bedrijfsmiddelen in eigendom had. Op de balans staat alleen een computer met een restwaarde van vrijwel nihil. Verder volgt uit het faillissementsverslag dat werkgeefster geen voorraden hield. Dat werkgeefster enige immateriële waarde had ten tijde van de overdracht is niet gebleken. Ten tijde van het faillissement was de bestuurder van werkgeefster tevens bestuurder van Flower Board. Niet betwist is de stelling van werknemer dat nadat de curator de arbeidsovereenkomsten van zijn twee collega’s bij werkgeefster had opgezegd, zij hun werkzaamheden gewoon voor Flower Board hebben voortgezet. Het begrip ‘overdracht ten gevolge van overeenkomst’ moet ruim worden uitgelegd. Een rechtstreekse contractuele betrekking tussen de vervreemder en verkrijger is niet vereist. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van een overgang, beslissend is of de identiteit van de onderneming (economische eenheid) behouden blijft. Gelet op de vorderingen van werknemer bepaalt de kantonrechter 1 juli 2025 als datum van overgang. Het feit dat werknemer in het verleden heeft gesolliciteerd bij andere werkgevers en thans nog arbeidsongeschikt is, staat aan toewijzing van zijn vordering tot wedertewerkstelling niet in de weg. Het is aan Flower Board om een bedrijfsarts in te schakelen, die zal moeten beoordelen in hoeverre werknemer in staat is werkzaamheden te verrichten. De in het eerste kortgedingvonnis toegewezen buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten vloeien niet voort uit de arbeidsovereenkomst, maar uit het vonnis. Dit deel van de vordering van werknemer zal daarom worden afgewezen. Werknemer kan deze bedragen desgewenst inbrengen in het faillissement van werkgeefster.
