Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 19 december 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:15006
Feiten
Werkneemster (afkomstig uit Oekraïne) is sinds 8 april 2024 in dienst bij Beentjes Groentebroers B.V. voor de duur van een jaar in de functie van medewerkster snijderij met een loon van € 1.352,64 (per 1 juli 2025 € 1.382,40) bruto per vier weken bij een arbeidsomvang van 24 uur per week. Op de overeenkomst is de Cao Detailhandel AGF van toepassing. Werkneemster spreekt geen Nederlands en beperkt Engels. Zij heeft haar werkzaamheden voor Beentjes Groentebroers na 8 april 2025 voortgezet. Volgens Beentjes Groentebroers heeft werkneemster de arbeidsovereenkomst opgezegd vanwege een verhuizing naar Bergen aan Zee per 15 april 2025. Ook vertelde werkneemster dat zij een andere baan heeft gevonden. Zij heeft dit met verschillende collega’s gedeeld, die daarover een verklaring hebben afgelegd. Beentjes Groentebroers heeft een eindafrekening per 18 april 2025 opgemaakt en het opgebouwde vakantiegeld uitbetaald. Werkneemster verzoekt een voorlopige voorziening voor het doorbetalen van het loon vanaf 18 april 2025 en wedertewerkstelling. Zij vordert primair de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen. Omdat zij na 8 april 2025 heeft doorgewerkt is een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar ontstaan. De opzegging per 18 april 2025 is onregelmatig en zonder redelijke grond. Beentjes Groentebroers beschikte niet over een vergunning van het UWV en er heeft zich geen dringende reden voorgedaan.
Oordeel
Het gaat in deze zaak om de vraag of en door wie de arbeidsovereenkomst is opgezegd. Naar het oordeel van de kantonrechter mocht Beentjes Groentebroers niet zonder meer erop vertrouwen dat werkneemster de arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen. Niet kan worden vastgesteld dat partijen na het gestelde gesprek nog contact hebben gehad over een beëindiging van het dienstverband of dat Beentjes Groentebroers werkneemster heeft gewezen op de gevolgen van de opzegging. Er is alleen een eindafrekening gestuurd, en daarnaast is er de WhatsApp-berichtenwisseling over de datum van verhuizing. De kantonrechter gaat ervan uit dat werkneemster de mondelinge verklaringen van Beentjes Groentebroers op 18 april 2025 heeft opgevat als dat zij is weggestuurd en niet meer hoefde terug te komen. Daarom heeft zij na 18 april 2025 niet meer gewerkt en heeft Beentjes Groentebroers de eindafrekening opgesteld. De kantonrechter concludeert dat Beentjes Groentebroers de arbeidsovereenkomst daardoor mondeling heeft opgezegd. Omdat werkneemster niet schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging en een dringende reden of toestemming van het UWV voor het ontslag ontbreekt, is de opzegging door Beentjes Groentebroers niet rechtsgeldig en wordt de opzegging vernietigd. Werkneemster heeft in beginsel vanaf 18 april 2025 recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst sindsdien voortduurt. De loonvordering zal echter worden afgewezen, omdat het verweer van Beentjes Groentebroers dat werkneemster zich niet beschikbaar heeft gehouden voor het werk slaagt. Beentjes Groentebroers wordt veroordeeld tot wedertewerkstelling en tot betaling van de aanzegvergoeding.
