Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 2 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:9927
Feiten
Werkneemster is sinds 1 september 2024 in dienst bij Arcadis in de functie van Global General Counsel op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zij is verantwoordelijk voor alle juridische aangelegenheden binnen Arcadis en adviseert de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Werkneemster is in het Verenigd Koninkrijk ingeschreven als advocaat en staat onder toezicht van de Solicitors Regulation Authority (SRA). Op zondag 9 november 2025 ontving werkneemster een uitnodiging voor een Teamsgesprek op 10 november 2025 om 12.15 uur. Tijdens dit gesprek is haar meegedeeld dat Arcadis voornemens was de arbeidsovereenkomst te beëindigen en is zij per direct op non-actief gesteld. Haar toegang tot e-mail en IT-systemen werd beëindigd en haar werd verboden bedrijfsinformatie te raadplegen. Bij brief van 10 november 2025 heeft Arcadis de inhoud van het gesprek schriftelijk bevestigd en vermeld dat Arcadis een juridische procedure zou starten indien werkneemster niet zou instemmen met een beëindigingsvoorstel. Het schriftelijke beëindigingsvoorstel is door werkneemster niet geaccepteerd. Bij brief van 13 november 2025 heeft de advocaat van werkneemster geprotesteerd tegen de op non-actiefstelling en tegen het voornemen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Op diezelfde datum heeft de Engelse advocaat van Arcadis een melding over werkneemster gedaan bij de SRA. Bij e-mail van 20 november 2025 heeft de advocaat van werkneemster tegen deze melding bezwaar gemaakt, waarna de advocaat van Arcadis bij e-mail van 21 november 2025 heeft bericht dat Arcadis verplicht was deze melding te doen. Op 21 november 2025 heeft Arcadis bij deze rechtbank een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend. Een datum voor de behandeling daarvan is nog niet vastgesteld. Werkneemster vordert, na twee eiswijzigingen, dat Arcadis wordt veroordeeld om haar binnen 24 uur na betekening van het vonnis toe te laten tot haar werkzaamheden en haar weder te werk te stellen in de functie van Global General Counsel. Daarnaast vordert zij rectificatie van gedane mededelingen over haar vertrek, afgifte van alle stukken en relevante informatie die zij nodig heeft voor een procedure of onderzoek van de SRA, volledige medewerking daaraan, vrijwaring voor alle schade die voortvloeit uit de melding bij de SRA en veroordeling van Arcadis in de proceskosten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Een goed werkgever mag een werknemer slechts de mogelijkheid onthouden om arbeid te verrichten wanneer daarvoor een redelijke grond bestaat. Een op non-actiefstelling is slechts toegestaan indien daarvoor een deugdelijke grond bestaat die, afgezet tegen het zwaarwegende belang van de werknemer om arbeid te verrichten, voldoende zwaar weegt. Non-activiteit kan schade veroorzaken, ook wanneer het loon wordt doorbetaald, en dient bovendien tijdelijk te zijn. Werkneemster heeft aangevoerd dat de op non-actiefstelling haar reputatie en mentale gezondheid schaadt. Voor de werknemer is het van groot belang een ontbindingsprocedure vanuit een “werkende positie” te kunnen voeren. Anders dan Arcadis heeft betoogd, is sprake van een spoedeisend belang bij de vordering tot wedertewerkstelling. Werkneemster verricht sinds 10 november 2025 geen werkzaamheden meer en de behandeling van het ontbindingsverzoek laat nog enige tijd op zich wachten. Naar voorlopig oordeel vormen de bevindingen in het rapport van 4 november 2025 van Kingsley Napley onvoldoende grond voor een zo ingrijpende maatregel, reeds omdat werkneemster voorafgaand aan de op non-actiefstelling niet in de gelegenheid is gesteld kennis te nemen van de bevindingen en haar zienswijze te geven. Van een goed werkgever mag worden verwacht dat hoor en wederhoor wordt toegepast voordat tot een dergelijke maatregel wordt overgegaan. Dat is niet gebeurd, zonder dat Arcadis daarvoor een deugdelijke verklaring heeft gegeven. Dat werkneemster door Kingsley Napley zou zijn gehoord, maakt dit niet anders. Ter zitting heeft werkneemster gemotiveerd uiteengezet waarom zij de bevindingen en conclusies uit het rapport betwist. Door haar vooraf iedere mogelijkheid te ontnemen dit met Arcadis te bespreken, heeft Arcadis in strijd gehandeld met goed werkgeverschap. Van een dringende noodzaak voor deze handelwijze is niet gebleken. Ook thans kunnen de bevindingen van Kingsley Napley niet zonder meer als vaststaand worden aangenomen. De stelling dat de gedragingen van werkneemster de reputatie of geloofwaardigheid van Arcadis ernstig zouden hebben geschaad, is onvoldoende geconcretiseerd en blijft buiten beschouwing. Hetzelfde geldt voor het verwijt dat werkneemster de General Business Principles niet zou hebben nageleefd of onderschreven. Dat werkneemster de meest senior jurist binnen Arcadis is en dat Arcadis een beursgenoteerde onderneming is, leidt niet tot een ander oordeel.
Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering tot wedertewerkstelling wordt toegewezen. Arcadis dient werkneemster binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis weder te werk te stellen. De voorziening wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De vordering tot rectificatie wordt afgewezen, evenals de vordering tot afgifte van stukken en informatie en de vordering tot vrijwaring voor schade als gevolg van de melding bij de SRA, nu deze vorderingen te algemeen zijn geformuleerd, onvoldoende zijn onderbouwd of nader feitenonderzoek vergen en zich niet lenen voor dit kort geding.
