Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Veiligheidszorg Drenthe/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 5 december 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:4972
Stichting Veiligheidszorg Drenthe verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van haar directeur op grond van wanprestatie. Werknemer wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren ten aanzien van integriteitsschendingen die hem bevoordeeld hebben.

Feiten

Werknemer is per 26 mei 1999 in dienst getreden bij Stichting Veiligheidszorg Drenthe (hierna: VZD)  en was laatstelijk werkzaam in de functie van directeur. Op 10 februari 2025 heeft de externe vertrouwenspersoon van VZD contact opgenomen met de voorzitter van VZD en aangegeven dat twee medewerkers van VZD een vermoeden van misstanden wilden melden. Op 13 februari 2025 heeft de voorzitter van VZD samen met de HR-adviseur van de gemeente Coevorden en de externe vertrouwenspersoon met de twee melders gesproken. Vervolgens heeft het bestuur van VZD over deze kwestie gesproken en heeft het de uitkomst van zijn overleg teruggekoppeld aan de melders. Op 5 maart 2025 hebben de melders vervolgens een schriftelijke melding gedaan over vermoedens van integriteitsschendingen door werknemer. Per 19 maart 2025 is werknemer op non-actief gesteld en is hem meegedeeld dat een extern onderzoek naar de misstanden werd verricht. Uit het onderzoek volgt onder meer: “Bij zeven vermeende integriteitsschendingen hebben wij vastgesteld dat er sprake was van (de schijn van) belangenverstrengeling. In deze gevallen gaat het om een vermenging van de taken en verantwoordelijkheden van de directeur van de Stichting met zijn privébelangen. In een enkel geval heeft de directeur daar persoonlijk voordeel van gehad.” In juli 2025 heeft VDZ werknemer geïnformeerd dat zij voornemens was de arbeidsovereenkomst gelet op de resultaten van het onderzoek te beëindigen. VDZ verzoekt ontbinding op grond van wanprestatie en subsidiair op grond van ernstig verwijtbaar handelen en verstoorde arbeidsverhoudingen. Ook verzoekt VDZ onder meer een veroordeling van werkneemr tot betaling van schade. Werknemer betwist de aan hem toegedichte schade en integriteitsschendingen, maar verzoekt eveneens ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond, waarbij hij het standpunt inneemt dat de verstoorde arbeidsverhoudingen aan VZD te wijten zijn.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit het onderzoeksrapport volgt dat 28 potentiële misstanden onderzocht zijn. Het leeuwendeel van deze misstanden levert geen grond voor wanprestatie c.q. zodanig verwijtbaar handelen op dat dit ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, mede gelet op de lengte van het dienstverband van werknemer. Dit is anders wat betreft het vier jaar gebruiken van een door VZD gehuurde opslaglocatie voor privéopslag, het inzetten van werknemers van VZD voor privéklussen zoals het laten afleveren van een badkamermeubel, een bouwbedrijf op kosten van VZD werkzaamheden laten verrichten en dit aan VZD laten factureren, het laten voldoen van een factuur van een installatiebedrijf dat privéwerkzaamheden heeft verricht door VZD en het inruilen van auto’s van VZD om daarmee korting voor de aankoop van een privéauto verkrijgen. Dit betreft grotendeels gebeurtenissen die als tekortkomingen door werknemer zijn aan te merken, maar op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien is geen sprake van een zodanig ernstige tekortkoming dat een ontbinding van de arbeidsovereenkomst na een dienstverband van bijna dertig jaar waarbij werknemer veel vrijheid genoot, kan worden gedragen. Voor het (laten) voldoen van privéfacturen voor bouwkosten door VZD en het inruilen van oude auto’s van VDZ bij de garage om korting op een privéauto te verkrijgen ligt dit anders. Werknemer krijgt de gelegenheid tegenbewijs aan te leveren tegen het voorshands bewezen geachte feit dat werknemer de privéaanbouw door VDZ heeft laten betalen en tegen het bewezen geachte feit dat werknemer ten koste van VDZ via de inruil van auto’s privévoordeel heeft bewerkstelligd. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.