Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 2 december 2025
ECLI:NL:RBOVE:2025:6966
Feiten
Werkneemster werkt sinds 1 september 2005 bij werkgever als directiesecretaresse. In 2012 kreeg zij een salarisverhoging; daarna alleen cao-loonsverhogingen. Per 1 januari 2025 zou haar salaris € 6.882,28 bruto per maand bedragen. In 2018 werd werkgever overgenomen. Werkneemster ging vanaf dat moment naast haar secretariële werk marketing- en communicatietaken verrichten. In een e-mail van 4 september 2018 is vastgelegd dat haar takenpakket veranderde, maar dat haar arbeidsvoorwaarden ongewijzigd bleven. Op 6 juni 2024 kreeg werkneemster te horen dat haar functie kwam te vervallen, omdat marketing en communicatie grotendeels zouden worden uitbesteed. Werkgever stelde dat haar werk voor 80% uit marketing en communicatie en 20% uit (directie)secretariële taken bestond. Werkneemster kreeg twee opties: solliciteren op een nieuwe functie van strategisch marketing- en communicatieadviseur (max. € 5.000 bruto) of een meer uitvoerende functie als directiesecretaresse (max. € 4.500 bruto). Haar toenmalige salaris bedroeg € 6.600 bruto per maand. Bij keuze voor de directiesecretaressefunctie zou haar salaris in twee jaar in acht kwartalen worden afgebouwd met € 262,50 per maand per kwartaal. Na meerdere gesprekken had werkneemster eind augustus 2024 nog geen keuze gemaakt. Werkgever deelde haar daarop bij brief van 4 september 2024 mee dat zij per 1 september 2024 als directiesecretaresse werd geplaatst en dat haar salaris conform het afbouwschema zou dalen tot € 4.500 bruto. In oktober 2024 liet werkgever weten dat volgens hem geen sprake was van een demotie: werkneemster zou ‘haar oude werk’ weer doen, de extra marketingtaken zouden worden uitbesteed en het lagere salaris vond men logisch, omdat het takenpakket kleiner werd. Met ingang van 1 januari 2025 werd de salarisverlaging daadwerkelijk ingezet. In maart 2025 liet werkgever een benchmarkonderzoek uitvoeren waaruit zou blijken dat directiesecretaresses doorgaans tussen € 3.200 en € 4.000 bruto verdienen, en ervaren directiesecretaresses met uitgebreid takenpakket tussen € 4.500 en € 5.000 bruto. Werkneemster vordert achterstallig salaris en een verklaring voor recht dat haar salaris € 6.882,28 bruto per maand bedraagt, vermeerderd met de cao-loonsverhogingen (3,5% per 1 mei 2025 en 1% per 1 juli 2025 en toekomstige verhogingen).
Oordeel
De kantonrechter stelt vast dat werkgever de marketing- en communicatietaken mocht weghalen, maar beoordeelt of hij in dat kader het salaris mocht verlagen. De kantonrechter vindt van niet. Van belang is dat werkneemster sinds 2012 – afgezien van cao-verhogingen – geen loonsverhoging heeft gehad en dat haar salaris in 2018 niet is verhoogd toen zij extra marketing- en communicatietaken ging doen. In 2018 is haar zelfs uitdrukkelijk bevestigd dat haar arbeidsvoorwaarden niet veranderden. Uit de eigen correspondentie van werkgever blijkt bovendien dat werkneemster altijd directiesecretaresse is gebleven en dat nu alleen de extra marketingtaken worden weggehaald; van een demotie zou volgens werkgever geen sprake zijn. De kantonrechter leidt daaruit af dat het huidige salaris in feite al sinds 2012 aan de functie van directiesecretaresse is gekoppeld en niet specifiek is toegekend voor de later toegevoegde marketingtaken. Het is dan niet redelijk om bij het wegnemen van die extra taken het salaris te verlagen. Het feit dat werkgever de functie thans anders waardeert of dat uit een benchmark blijkt dat directiesecretaresses in de markt minder verdienen, rechtvaardigt zonder nadere, concrete onderbouwing geen salarisverlaging. De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke aanleiding bestond om het salaris van werkneemster te verlagen en dat het voorstel van werkgever daarom niet als redelijk kan worden aangemerkt. Van werkneemster kon niet worden gevergd daarmee in te stemmen. Werkgever heeft niet gehandeld als goed werkgever. Daarom heeft werkneemster vanaf 1 januari 2025 recht op een salaris van € 6.882,28 bruto per maand, exclusief en vermeerderd met de cao-loonsverhogingen die sinds die datum hadden moeten plaatsvinden. Het gevorderde achterstallige salaris wordt toegewezen.
