Naar boven ↑

Rechtspraak

de maatschap naar burgerlijk recht Londen & Van Holland Registeraccountants en Belastingadviseurs/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 januari 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:232

de maatschap naar burgerlijk recht Londen & Van Holland Registeraccountants en Belastingadviseurs/werknemer

Werkgever heeft onvoldoende belang bij handhaving van het relatiebeding voor waar betreft haar voormalige relatie. Deze relatie behoorde reeds voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer niet meer tot de relaties van werkgever, zodat een bescherming van het bedrijfsdebiet ook niet meer aan de orde is.

Werknemer is op 1 februari 2007 in dienst getreden bij Londen & Van Holland Registeraccountants en Belastingadviseurs (hierna: Londen & Van Holland). Zijn arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding. Werknemer heeft bij brief van 29 oktober 2013 de arbeidsovereenkomst opgezegd en Londen & Van Holland verzocht ontheffing te verlenen voor zijn relatiebeding voor vennootschap X, alsmede de hieraan verbonden dochterondernemingen. X was toen al een aantal jaren cliënt van Londen & Van Holland, waarvoor deze de accountantscontrole deed. X liet haar financiële administratie verrichten door een derde. Londen & Van Holland hebben werknemer bericht dat hij ten aanzien van X niet wordt ontheven van zijn relatiebeding. Op 5 december 2013 heeft Londen & Van Holland in de organisatie bekend gemaakt dat per die dag X en zijn vennootschappen geen klant meer bij Londen & Van Holland zijn. Londen & Van Holland vordert een verklaring voor recht dat het relatiebeding rechtsgeldig is en de betaling door werknemer van een boete van € 23.000. De kantonrechter heeft de vordering van Londen & Van Holland afgewezen. Tegen dit vonnis komt Londen & Van Holland in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Londen & Van Holland heeft onvoldoende belang bij handhaving van het relatiebeding voor wat betreft haar voormalige relatie X. Voor dit oordeel zijn de volgende omstandigheden van het geval van belang. Werknemer heeft gedurende zijn dienstverband met Londen & Van Holland geen werkzaamheden verricht voor X. Na zijn dienstverband is werknemer als zelfstandige andere werkzaamheden gaan verrichten voor X dan Londen & Van Holland voor X heeft verricht. Bovendien behoorde X reeds voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met werknemer niet meer tot de relaties van Londen & Van Holland, zodat een bescherming van het daarmee samenhangende belang (bescherming van het bedrijfsdebiet als zodanig) ook niet meer aan de orde is. Dat zou mogelijk nog anders zijn indien X welbewust zou hebben aangestuurd op een breuk met Londen & Van Holland teneinde werknemer als ex-werknemer van Londen & Van Holland binnen te halen. Voor het door Londen & Van Holland beweerde een-tweetje tussen werknemer en X, heeft zij echter niet meer gesteld dan de enkele bewering en dat is onvoldoende ter onderbouwing van die stelling. Het hof is daarom van oordeel dat Londen & Van Holland tegenover deze omstandigheden niet een concreet en reëel belang bij onverkorte handhaving van het relatiebeding heeft gesteld. De omzet die Londen & Van Holland heeft verloren, heeft zij niet verloren door onvoldoende werking van het relatiebeding en kon zij evenmin behouden door onverkorte handhaving van het relatiebeding. Immers, wanneer Londen & Van Holland in 2014 haar werkzaamheden als controlerend accountant zou hebben voortgezet voor X, had zij toch niet tevens die werkzaamheden voor X kunnen verrichten die werknemer thans voor X is gaan uitvoeren. En, ook wanneer werknemer in 2014 niet in zee zou zijn gegaan met X, zou Londen & Van Holland ten aanzien van X in eenzelfde situatie hebben verkeerd als nu, te weten dat zij X niet meer als cliënt beschouwde. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.