Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 4 september 2015
ECLI:NL:RBGEL:2015:5621
Smit Draad/Draad Nijmegen B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2009 in dienst bij Smit Draad, laatstelijk in de functie van machinevoerder. Hij is vanaf de aanvang van zijn dienstverband werkzaam in de ‘lakhal’ (hoofdproces lakken). Vanaf 12 juni 2015 heeft werknemer zich ziek gemeld. Smit Draad verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Daartoe wordt het volgende aangevoerd. Nadat werknemer vanwege gezondheidsproblemen niet langer in de lakhal kon werken, is hij herplaatst naar andere afdelingen binnen het bedrijf. Door omstandigheden die, aldus Smit Draad, in de risicosfeer van werknemer liggen, is het hem niet gelukt om zich de vereiste vaardigheden en competenties eigen te maken. Binnen Smit Draad zijn voor werknemer geen herplaatsingsmogelijkheden en geen passende functies beschikbaar gebleken en deze kunnen evenmin gecreëerd worden. Gelet hierop wenst Smit Draad tot een einde te komen van het dienstverband. Daar komt bij dat werknemer door niet te verschijnen op het spreekuur van de bedrijfsarts de controlevoorschriften niet naleeft, hetgeen op zichzelf voldoende grond oplevert voor een rechtsgeldig ontslag. Smit Draad heeft geen vertrouwen meer in een vruchtbare voortzetting van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Aangezien het onderhavige verzoek op 30 juni 2015 ter griffie is ingediend, valt het niet onder de werking van de delen van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) die per 1 juli 2015 in werking zijn getreden. Werknemer heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen, omdat het ontbindingsverzoek direct verband houdt met zijn ziekte (en daarmee met het opzegverbod (art. 7:670 BW)). Geoordeeld wordt dat sprake is van een direct verband tussen het ontbindingsverzoek en de ziekte van werknemer. Er is ten eerste een zogeheten conditio sine qua non-verband tussen het verzoek en de arbeidsongeschiktheid. Indien werknemer geen longziekte had gekregen, was hij niet arbeidsongeschikt geworden voor het werk in de lakhal en had hij daar kunnen blijven werken. Het verband tussen het verzoek en arbeidsongeschiktheid is ook anderszins aanwezig. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat werknemer niet goed functioneerde op de twee afdelingen waar hij, na zijn arbeidsongeschiktheid voor de lakhal, kon werken. Smit Draad heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gestelde ‘disfunctioneren’ op de afdelingen Rekab en blanke draad geen verband houden met de ziekte. Immers stelt Smit Draad dat werknemer na herhaaldelijke uitleg simpele bewerkingen, zoals het afstellen van papierkoppen en het inhangen van de korf nog niet of niet foutloos kan uitvoeren. Dit kan, gelet op het rapport van ECEMed, gelegen zijn in de gevolgen van de blootstelling aan de chemische, toxische stoffen in de lakhal. Immers blijkt uit de in het ECEMed-rapport vermelde anamnese dat werknemer last heeft met de fijne motoriek van zijn vingers, dat zijn kortetermijngeheugen de laatste anderhalf tot twee jaar is verminderd en dat hij sinds die tijd snel is geïrriteerd. Dit strookt met de diagnose CTE die is te omschrijven als een hersenziekte veroorzaakt door giftige stoffen. Smit Draad heeft ook betoogd dat werknemer geen beroep toekomt op (de reflexwerking van) het opzegverbod, omdat hij niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratieverplichtingen (art. 7:670b lid 3 onderdeel a en c BW). Smit Draad stelt daartoe dat werknemer ten onrechte heeft geweigerd zich na zijn ziekmelding te laten beoordelen c.q. controleren door haar bedrijfsarts. Naar het oordeel van de kantonrechter gaat de stelling van Smit Draad niet op. Dat de door Smit Draad geconsulteerde bedrijfsarts niet in het BIG-register is opgenomen, is door haar niet betwist. Daarmee had werknemer een deugdelijke grond om zich door een andere bedrijfsarts te laten onderzoeken. Bovendien heeft werknemer, anders dan Smit Draad stelt, niet geweigerd zich door een bedrijfsarts te laten beoordelen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.
