Wetgeving
Mediation
Aanpassing van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszakenontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 november 2012. Verslag van 12 oktober 2012.
Het wetsvoorstel kon op onvoldoende steun rekenen van de Eerste Kamer in verband met het feit dat de voorgestelde regeling niet wordt beperkt tot grensoverschrijdende geschillen enerzijds en aan de mediator een verschoningsrecht wordt toegekend zonder dat sprake is van deugdelijke (controle op) kwaliteitseisen. Aan het eerst bezwaar is tegemoet gekomen door indiening van het wetsvoorstel 33320 dat ertoe strekt het wetsvoorstel te beperken tot grensoverschrijdende geschillen. De minister van Veiligheid en Justitie zegt aan het tweede bezwaar tegemoet te komen door een begin volgend jaar in te dienen wetsvoorstel, dat beoogt kwaliteitswaarborgen te bieden voor geregistreerde mediators.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 13 mei 2013. Verslag van een schriftelijk overleg van 13 juni 2013.
Het kabinet heeft besloten tot het doen intrekken van het voorstel van wet. Dit wetsvoorstel kon op onvoldoende draagvlak rekenen in de Eerste Kamer. De richtlijn is geïmplementeerd door aanvaarding van de Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken (Stb. 2012, 570). Om die reden kan het eerdergenoemde wetsvoorstel worden ingetrokken.
ontwikkeling
07-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 november 2010. Nota naar aanleiding van het verslag van 13 april 2011.
Naar aanleiding van vragen heeft de minister in de nota naar aanleiding van het verslag toegezegd een nadere uitwerking te zullen maken van de mogelijkheden om de kwaliteit van mediation te waarborgen die tegelijkertijd het gebruik ervan niet belemmeren. Die uitwerking zal niet in het wetsvoorstel worden verwerkt omdat dat in de weg staat aan de voortgang van de behandeling van het wetsvoorstel, maar zal in een aparte brief aan de orde komen.
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Voorstel van wet en memorie van toelichting van 12 november 2010.
Dit wetsvoorstel dient ter implementatie van de mediationrichtlijn, die van toepassing is in burgerlijke en handelszaken (Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken). Hoewel het toepassingsbereik van de richtlijn beperkt is tot grensoverschrijdende geschillen, is ervoor gekozen bij de implementatie het toepassingsbereik niet te beperken en de wet dus van toepassing te laten zijn op alle geschillen.
Voor de definitie van mediation en mediator wordt verwezen naar de definitie in de richtlijn. De volgende wijzigingen worden voorgesteld:
– Om te voorkomen dat een rechtsvordering tijdens mediation verjaart is aan artikel 3:316 BW een lid toegevoegd waarin geregeld wordt dat de verjaring van een rechtsvordering gestuit wordt door mediation.
– Er is een nieuw lid 3 toegevoegd aan artikel 3:319 BW waarin geregeld is dat een nieuwe verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen zodra een mediation is geëindigd, tenzij de oorspronkelijke verjaringstermijn langer was, in welk geval de langere termijn geldt. Partijen kunnen het initiatief nemen om de mediation te beëindigen door dit schriftelijk mede te delen aan de wederpartij waardoor het duidelijk is op welk moment een nieuwe verjaringstermijn gaat lopen. Indien geen schriftelijke mededeling wordt gedaan, eindigt de mediation van rechtswege nadat een halfjaar geen van de betrokkenen enige handeling in de mediation heeft verricht.
– In een nieuw artikel 22a Rv en in artikel 87 Rv krijgt de rechter de bevoegdheid om partijen mediation voor te stellen. Het mediationvoorstel van de rechter heeft tot doel om partijen in onderling overleg tot overeenstemming te laten komen. De rechter kan het voorstel in alle gevallen en in elke stand van de procedure doen. Het voorstel tot mediation heeft geen dwingend karakter en partijen zijn dus niet verplicht om in te gaan op het voorstel.
– Aan artikel 164 Rv wordt een lid toegevoegd waarin het verschoningsrecht wordt geregeld van ‘de mediator en degenen die bij een mediation over rechten en plichten die ter vrije beschikking van partijen staan’ zijn betrokken. Zij kunnen zich slechts verschonen indien partijen uitdrukkelijk het vertrouwelijke karakter van de mediation zijn overeengekomen.
– In artikel 279 lid 4 Rv is een volzin toegevoegd die het mogelijk maakt dat het proces-verbaal ook in een verzoekschriftprocedure in executoriale vorm kan worden opgemaakt in die gevallen waarin hangende de procedure een schikking wordt bereikt bijvoorbeeld na mediation.
– Het wetsvoorstel heeft eerbiedigende werking zodat het alleen van toepassing zal zijn op mediations die gestart zijn na inwerkingtreding van de wet.
