Wetgeving
Wijziging van de Wet op de Europese ondernemingsraden en Titel 10 van Boek 7 BW
Wijziging van de Wet op de Europese ondernemingsraden en Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1794 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot wijziging van de Richtlijnen 2008/94/EG, 2009/38/EG en 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Richtlijnen 98/59/EG en 2001/23/EG van de Raad wat zeevarenden betreft (PbEU 2015, L 263)in werking
09-10-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 24 januari 2017. Wet van 31 mei 2017 tot wijziging van de Wet op de Europese ondernemingsraden en Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1794 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot wijziging van de Richtlijnen 2008/94/EG, 2009/38/EG en 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Richtlijnen 98/59/EG en 2001/23/EG van de Raad wat zeevarenden betreft (PbEU 2015, L 263) (Stb. 2017/250). Deze wet treedt in werking met ingang van 10 oktober 2017.
In oktober 2015 is de richtlijn zeevarenden aangenomen (2015/1794), die strekt tot wijziging van vijf richtlijnen, waardoor deze ook van toepassing worden op zeevarenden. Het betreft richtlijnen 2008/94/EG, 2009/38/EG, 2002/14/EG, 98/59/EG en 2001/23/EG. Met deze wet wordt de richtlijn zeevarenden omgezet in Nederlandse wetgeving en betreft een aanpassing van de wettelijke regels inzake overgang van onderneming en de Wet op de Europese Ondernemingsraden, die een uitzondering kennen voor de (bemanning van) zeeschepen. Na artikel 7:666 is een nieuw artikel 7:666a toegevoegd waarin de toepassing van de afdeling over overgang van onderneming van toepassing is verklaard op de overgang van een zeeschip, indien de verkrijger onder de territoriale werkingssfeer van het Verdrag van de EU valt of de overgegane onderneming onder die werkingssfeer blijft. In artikel 17 van de Wet op de Europese ondernemingsraden is een nieuw lid opgenomen waarin de rechten zijn opgenomen van een lid van de bemanning van een zeeschip om deel te nemen aan een vergadering van de bijzondere onderhandelingsgroep, van de Europese Ondernemingsraad of andere raadpleging.
in werking
05-07-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 24 januari 2017. Wet van 31 mei 2017 tot wijziging van de Wet op de Europese ondernemingsraden en Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1794 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot wijziging van de Richtlijnen 2008/94/EG, 2009/38/EG en 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Richtlijnen 98/59/EG en 2001/23/EG van de Raad wat zeevarenden betreft (PbEU 2015, L 263) (Stb. 2017/250). Deze wet treedt in werking met ingang van 10 oktober 2017. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na 10 oktober 2017, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
De richtlijn zeevarenden wordt omgezet in Nederlandse wetgeving, hetgeen gevolgen heeft voor de wettelijke regels inzake overgang van onderneming en de Wet op de Europese ondernemingsraden, die een uitzondering kennen voor (de bemanning van) zeeschepen.
- Overgang van onderneming: in een nieuw artikel 7:666a BW is bepaald dat de regels over overgang van onderneming van toepassing zijn op de overgang van een zeeschip als onderdeel van de overgang van een onderneming, indien de verkrijger onder de territoriale werkingssfeer van het Verdrag betreffende de Europese Unie valt of dat de overgegane onderneming onder die werkingssfeer daarvan blijft. De richtlijn is niet van toepassing wanneer de overgang uitsluitend een of meer zeeschepen betreft.
- Wet op de Europese ondernemingsraden: aan artikel 17 WOR wordt een nieuw lid 3 toegevoegd, waarin is bepaald dat een lid van een bijzondere onderhandelingsgroep of van de Europese ondernemingsraad, (of diens plaatsvervanger), die lid is van de bemanning van een zeeschip, het recht heeft deel te nemen aan een vergadering van de bijzondere onderhandelingsgroep of van de Europese ondernemingsraad, of aan elke andere vergadering die volgens een uit hoofde van artikel 6, lid 3, ingestelde procedure wordt georganiseerd, als dat lid of die plaatsvervanger ten tijde van de vergadering niet op zee is of zich bevindt in een haven in een ander land dan waar de scheepvaartmaatschappij is gevestigd. Voor zover mogelijk moeten de vergaderingen zo worden gepland dat de leden of plaatsvervangers, die lid zijn van de bemanning van een zeeschip, er makkelijk aan kunnen deelnemen. Indien een lid van de bemanning van een zeeschip verhinderd is een vergadering bij te wonen, dient de mogelijkheid om van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën gebruik te maken in aanmerking te worden genomen.
ontwikkeling
03-05-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 24 januari 2017. Nota naar aanleiding van het verslag van 28 maart 2017.
Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat de regering naar een inwerkingtreding per 10 oktober 2017 van het wetsvoorstel streeft en er ook van uit gaat dat deze datum wordt gehaald. Wanneer de termijn van 10 oktober 2017 onverhoopt niet mocht worden gehaald, is in artikel III van het wetsvoorstel voorzien dat de wet in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
wetsvoorstel
01-03-2017
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 24 januari 2017. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 24 januari 2017.
Met dit wetsvoorstel wordt de richtlijn zeevarenden omgezet in Nederlandse wetgeving. De richtlijn heeft alleen gevolgen voor de wettelijke regels inzake overgang van onderneming en de Wet op de Europese ondernemingsraden, die een uitzondering kennen voor (de bemanning van) zeeschepen.
- Overgang van onderneming: de overgang van een zeeschip als onderdeel van de overgang van een (vestiging of een onderdeel van een) onderneming (in de zin van de richtlijn) wordt onder de werkingssfeer van de richtlijn gebracht. Daarbij geldt als voorwaarde dat de verkrijger onder de territoriale werkingssfeer van het Verdrag betreffende de Europese Unie valt of dat de overgegane onderneming onder die werkingssfeer daarvan blijft. De richtlijn is niet van toepassing wanneer de overgang uitsluitend een of meer zeeschepen betreft.
- Wet op de Europese ondernemingsraden: een lid van een bijzondere onderhandelingsgroep of van de Europese ondernemingsraad, (of diens plaatsvervanger), die lid is van de bemanning van een zeeschip, heeft het recht deel te nemen aan een vergadering van de bijzondere onderhandelingsgroep of van de Europese ondernemingsraad, of aan elke andere vergadering die volgens een uit hoofde van artikel 6, lid 3, ingestelde procedure wordt georganiseerd, als dat lid of die plaatsvervanger ten tijde van de vergadering niet op zee is of zich bevindt in een haven in een ander land dan waar de scheepvaartmaatschappij is gevestigd. Voor zover mogelijk moeten de vergaderingen zo worden gepland dat de leden of plaatsvervangers, die lid zijn van de bemanning van een zeeschip, er makkelijk aan kunnen deelnemen. Indien een lid van de bemanning van een zeeschip verhinderd is een vergadering bij te wonen, dient de mogelijkheid om van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën gebruik te maken in aanmerking te worden genomen.
