Wetgeving
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren
Wet normalisering rechtspositie ambtenarenontwikkeling
09-12-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Wet van 27 september 2019 tot wijziging van enige wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs.
De wet regelt de wijzigingen voor ambtenaren in het onderwijs als gevolg van het in werking treden van de Wnra.
ontwikkeling
11-11-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Besluit van 30 september 2019, houdende aanpassing van besluiten in verband met de invoering van de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren (Aanpassingsbesluit Wnra) (Stb. 2019, 313). Besluit van 24 oktober 2019, houdende vaststelling van het tijdstip waarop de artikelen I tot en met V, VIII, VIIIA, IXA en IXB van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, de Aanpassingswet Wnra, het Aanpassingsbesluit Wnra en het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 in werking treden (Stb. 2019, 385).
Het aanpassingsbesluit Wnra strekt tot aanpassing van besluiten ten behoeve van de invoering en uitvoering van de Wnra. Het brengt de daarvoor nodige wijzigingen aan in AMvB’s. In dit aanpassingsbesluit zijn besluiten uitsluitend technisch gewijzigd en in overeenstemming gebracht met het systeem van de Wnra. De in het besluit doorgevoerde wijzigingen vallen uiteen in twee hoofdcategorieën:
- de eerste hoofdcategorie aanpassingen betreft aanpassing van voorschriften over de (wijze van) indienstneming van ambtenaren en vaststelling van hun arbeidsvoorwaarden aan het feit dat ambtenaren voortaan werkzaam zijn krachtens een arbeidsovereenkomst;
- de tweede hoofdcategorie betreft de rechtspositie van zogenoemde uitgezonderde groepen. Deze in artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 genoemde functionarissen behouden hun publiekrechtelijke aanstelling en een publiekrechtelijk geregelde rechtspositie. De rechtspositionele regelgeving betreffende deze functionarissen blijft dan ook in stand, en is door dit besluit aangepast in het kader van de Wnra.
ontwikkeling
08-02-2018
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Aanpassingswet normalisering rechtspositie ambtenaren en wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren in het onderwijs.
Op 28 maart 2017 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in het Staatsblad gepubliceerd. In het kader van de invoering is thans de Wnra in internetconsultatie gebracht. Voor de onderwijssectoren is een apart wetsvoorstel in consultatie gegaan voor wijziging van wetten in verband met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren in het onderwijs. Op beide wetsvoorstellen kan tot 12 maart 2018 worden gereageerd via www.internetconsultatie.nl. Bestaande bevoegdheidsverdelingen ten aanzien van het personeel worden zo veel mogelijk gecontinueerd en in een privaatrechtelijke vorm gegoten. De hoofdlijnen van de wetswijzigingen hebben betrekking op de volgende drie punten:
- het begrip ‘ambtenaar’ krijgt een andere betekenis;
- de overgang van bestuursrecht naar privaatrecht, waarbij er terminologische aanpassingen nodig zijn en er verschuiving van bevoegdheden kan plaatsvinden bij het in dienst nemen van personeel;
- de uitgezonderde groepen, die geen arbeidsovereenkomst krijgen en voor wie de Wnra geen inhoudelijke verandering in rechtspositie teweeg mag brengen. Na verwerking van de uitkomsten van de internetconsultatie, worden de voorstellen voor alle invoerings- en aanpassingswetgeving naar de Raad van State gestuurd. Vervolgens zullen de (gewijzigde) wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer worden gestuurd. De planning is gericht op inwerkingtreding per 1 januari 2020.
in werking
03-05-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Wet van 9 maart 2017 tot wijziging van de Ambtenarenwet en enige andere wetten in verband met het in overeenstemming brengen van de rechtspositie van ambtenaren met die van werknemers met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) (Stb. 2017/123). Artikel X treedt in werking met ingang van 28 maart 2017. De overige artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wijzigt de rechtspositie van ambtenaren. De arbeidsverhoudingen bij de overheid worden zoveel mogelijk gelijk getrokken met de arbeidsverhoudingen in het bedrijfsleven, behalve als er zwaarwegende argumenten zijn om dat niet te doen. De belangrijkste wijzigingen worden als volgt samengevat:
• medewerkers in dienst van een overheidswerkgever blijven ambtenaren. Ambtenaar is: degene die een arbeidsovereenkomst heeft met een overheidswerkgever. Er blijven dus gewoon ambtenaren en een ambtenarenstatus bestaan;
• een aantal groepen wordt uitgezonderd van de nieuwe wet. Deze groepen komen niet onder het private arbeidsrecht, maar behouden hun publiekrechtelijke aanstelling. Zij zijn geen ambtenaar in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet. Hun bestaande publiekrechtelijke rechtspositie en rechtsbescherming blijven gelden. Het gaat met name om:
(1) politieke ambtsdragers: bijvoorbeeld ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders;
(2) leden van de Hoge Colleges van Staat: leden van de Eerste en Tweede Kamer, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman;
(3) leden van adviescolleges en zelfstandige bestuursorganen;
(4) de rechterlijke macht: rechters, officieren van justitie en procureurs-generaal;
(5) alle defensieambtenaren: zowel militair als burgerpersoneel;
(6) alle politieambtenaren: politieagenten, rechercheurs en administratief en technisch personeel;
(7) notarissen en gerechtsdeurwaarders;
• de (eenzijdige) aanstelling van zittende ambtenaren wordt automatisch omgezet in een (tweezijdige) arbeidsovereenkomst. Met ambtenaren die na inwerkingtreding van de nieuwe wet in dienst treden, wordt een arbeidsovereenkomst gesloten. De bepalingen van titel 10 boek 7 BW worden van toepassing;
• de privaatrechtelijke rechtsbescherming en het private ontslagstelsel gaan gelden, waaronder de preventieve ontslagtoets door UWV of kantonrechter. In plaats van bezwaar bij de eigen werkgever en beroep bij de bestuursrechter, komt de gang naar de kantonrechter. De hoogste rechter is niet meer de Centrale Raad van Beroep, maar de Hoge Raad;
• de wijze van totstandkoming van collectieve arbeidsvoorwaarden verandert. Het overeenstemmings- of meerderheidsvereiste uit het ambtenarenrecht komt te vervallen. Dit vereiste houdt in dat een akkoord met een meerderheid van de vakcentrales moet worden gesloten om een regeling met arbeidsvoorwaardelijke rechten of verplichtingen voor individuele ambtenaren in te kunnen voeren. Daarvoor in de plaats gaat het cao-recht gelden. Het cao-recht kent het beginsel van contractsvrijheid. Dat betekent dat sociale partners bij de overheid – binnen de gestelde kaders – vrij zijn in hun keuze waarover en met wie zij een cao sluiten;
• de materiële arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel veranderen niet door de nieuwe wet. Bij de omzetting naar een arbeidsovereenkomst blijven de aanspraken van de ambtenaren behouden;
• in de nieuwe Ambtenarenwet keren onderdelen van de vorige Ambtenarenwet terug. Het gaat om bepalingen die nauw verbonden zijn met het bijzondere karakter van het werken bij de overheid zoals ambtelijke waarden, het integriteitsbeleid, het afleggen van de eed of belofte, nevenwerkzaamheden, financiële belangen, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de geheimhoudingsplicht en de procedure voor het melden van misstanden;
• de planning is erop gericht dat de nieuwe wet op 1 januari 2020 in werking zal treden. Tot de inwerkingtreding moet een grote hoeveelheid invoerings- en aanpassingswetgeving tot stand worden gebracht;
• het overgangsrecht regelt dat met inwerkingtreding van de nieuwe wet de aanstelling van een individuele ambtenaar van rechtswege (automatisch) wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bestaande rechtspositieregelingen (ARAR voor rijksambtenaren en de CAR/UWO voor gemeenteambtenaren) blijven verbindend als waren het cao’s, totdat door de betreffende overheidswerkgever een privaatrechtelijke cao is afgesloten.
ontwikkeling
04-04-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 maart 2017 en brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 maart 2017.
In zijn brief deelt de minister mee zo spoedig mogelijk te zullen zorgdragen voor plaatsing van het initiatiefwetsvoorstel in het staatsblad en voor een inwerkingtredingsbesluit. De planning is erop gericht dat de initiatiefwet, tezamen met alle invoerings- en aanpassingswetgeving met ingang van 1 januari 2020 in werking treedt.
ontwikkeling
06-02-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 januari 2017.
In zijn brief informeert de minister de Kamer over:
- de door het Hof afgewezen vordering van de Ambtenarencentrales waarin zij zich op het standpunt stellen dat eerst door de minister overleg met hen gevoerd zou moeten worden over het initiatiefvoorstel, voordat de regering tot bekrachtiging van het wetsvoorstel zou mogen overgaan;
- het implementatietraject normalisering rechtspositie ambtenaren. De planning is gericht op inwerkingtreding van de initiatiefwet normalisering rechtspositie ambtenaren, tegelijk met alle benodigde invoerings- en aanpassingswetgeving per 1 januari 2020.
ontwikkeling
06-12-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Brief van de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties van 4 november 2016. Stemming van 8 november 2016.
Op 8 november is het wetsvoorstel door de Eerste Kamer aangenomen. De rechtspositie van ambtenaren (met uitzondering van een aantal groepen, waaronder rechters, officieren van justitie en een aantal werknemers bij politie en defensie) wordt hiermee gelijkgetrokken met die van werknemers in de marktsector. De komende drie jaar zal worden gewerkt aan invoeringswetgeving.
ontwikkeling
17-05-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 3 november 2010. Brief van de Tweede Kamerleden Van Weyenberg en Keijzer van 26 april 2016.
De indieners van het wetsvoorstel delen mede dat nadat overleg heeft plaatsgevonden met de minister van BZK niets meer in de weg staat aan voortzetting van de behandeling van het voorstel van wet.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 2 november 2010. Tweede nota van wijziging van 22 februari 2012. Amendementen van 20 en 22 maart. Derde nota van wijziging van 27 maart 2012.
De tweede nota van wijzigingen voorziet in hoofdzaak in het van het wetsvoorstel uitsluiten van politie en Openbaar Ministerie en enkele aanvullingen van het overgangsrecht, De derde nota van wijziging strekt tot het aanbrengen van technische wijzigingen.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 2 november 2010. Amendementen van 29 mei 2012. Brief van de indieners van 4 juni 2012. Brieven van de minister van BZ van 4 juni 2012, 7 juni 2012 en 22 juni 2012.
De behandeling van dit initiatief wetsvoorstel is uitgesteld nadat het kabinet heeft besloten dat het, gelet op de demissionaire status, aan een volgend kabinet is om te beslissen over het gevolg dat wordt gegeven aan de voorlichting van de Raad van State over de positie van weigerambtenaren.
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Voorstel van wet en memorie van toelichting van 3 november 2010.
Dit wetsvoorstel beoogt een zo groot mogelijke eenvormigheid tussen de rechtspositie van ambtenaren en werknemers tot stand te brengen. Het publiekrechtelijke en eenzijdige karakter van de ambtelijke aanstelling en de eenzijdige vaststelling van arbeidsvoorwaarden worden vervangen door de tweezijdige arbeidsovereenkomst, waarop in de meeste gevallen een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is. Daarmee wordt ook de publiekrechtelijke rechtsbescherming tegen handelingen en besluiten ten aanzien van ambtenaren beëindigd. Rechtsbescherming zal nog slechts privaatrechtelijk van aard zijn. In verband met de bijzondere positie van de overheid blijft artikel 3:14 BW van toepassing waardoor de overheidswerkgever de beginselen van behoorlijk bestuur zal moeten blijven toepassen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden ingevolge een arbeidsovereenkomst. De benaming ‘ambtenaar’ blijft gewoon bestaan. De Ambtenarenwet zal nog slechts die onderdelen regelen van de ambtelijke status die nauw verbonden zijn met het bijzondere karakter van het werken bij de overheid. Van de nieuwe wet worden militaire ambtenaren, de met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaren en benoemde ambtsdragers zoals ministers, staatssecretarissen, burgemeesters en de commissarissen van de Koningin uitgezonderd.
