Wetgeving
Aanpassing en terugvordering bonussen bestuurders
Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het financieel toezicht in verband met de bevoegdheid tot aanpassing en terugvordering van bonussen en winstdelingen van bestuurders en dagelijks beleidsbepalers en deskundigheidstoetsing van commissarissenontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 20 september 2010. Tweede nota van wijziging van 31 augustus 2011.
In de tweede nota van wijziging wordt aan artikel 2:129 BW een nieuw lid 7 toegevoegd die een betalingsplicht van bestuurders van beursvennootschappen in overname situaties introduceert. Reden hiervoor is dat deze regeling raakvlakken vertoont met de discussie over bonussen van bestuurders. Bij een besluit tot fusie of overname wordt de waarde van aandelen, of certificaten van aandelen of opties in de eigen vennootschap van leden van de raad van bestuur vier weken vóór en vier weken ná het besluit daartoe vastgesteld. Het positieve saldo komt de vennootschap toe, waarbij de bestuurder het verschuldigde bedrag overmaakt aan de vennootschap. Op deze manier wordt de waarde van de aandelen bevroren, zodat er geen persoonlijk financieel belang meer meeweegt bij fusie of overname.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Amendementen van 7, 11 en 14 december 2012 en brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 17 december 2012.
Er zijn in december 2012 verschillende amendementen ingediend waarop de minister zijn reactie heeft gegeven.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 20 september 2010. Gewijzigd voorstel van wet van 18 december 2012 en voorlopig verslag d.d. 26 februari 2013.
In het gewijzigd voorstel van wet is onder andere opgenomen dat de verantwoording over de uitvoering van het bezoldigingsbeleid als apart agendapunt, voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening aan de AVA ter bespreking moet worden voorgelegd. Daarnaast is de verplichte aanpassing van bonussen ook van toepassing in geval van een fusie of splitsing. Op die manier kan geen verwatering plaatsvinden van de claw back-regeling door het kiezen van een bepaalde juridische route.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
De Wet van 11 december 2013 tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het financieel toezicht in verband met de bevoegdheid tot aanpassing en terugvordering van bonussen en winstdelingen van bestuurders en dagelijks beleidsbepalers is gepubliceerd in Stb. 2013. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (vermoedelijk 1 januari 2014, toevoeging CKB), met uitzondering van artikel III dat op 1 juli 2017 in werking treedt.
Deze wet introduceert onder anderen een aanpassings-en terugvorderingsbevoegdheid van bonussen van bestuurders door de raad van commissarissen. De nieuwe regeling is van toepassing op naamloze vennootschappen maar ook voor banken en verzekeraars in de vorm van een coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of besloten vennootschap.
1. Aan artikel 2:135 BW worden drie leden toegevoegd:
– In een nieuw lid 5a is de verplichting geïntroduceerd om de beloningen van elke bestuurder afzonderlijk te bespreken op de algemene vergadering.
– In een nieuw lid 6 wordt een definitie gegeven van het begrip bonus (‘het niet vaste deel van de bezoldiging waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden’). Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat niet alleen een in hoogte variabele beloning, maar ook een incidentele, in hoogte vaststaande beloning die afhankelijk is gesteld van het bereiken van een doel of het zich voordoen van een omstandigheid in aanmerking kan komen voor aanpassing en terugvordering, zoals een gegarandeerde bonus. Vertrekvergoedingen die overeengekomen zijn tussen de vennootschap en de bestuurder vallen ook onder het begrip ‘bonus’: de toekenning van deze vergoeding zal nl. afhankelijk zijn gesteld van het (voortijdig) vertrek van de bestuurder. Er kunnen uitzonderlijke omstandigheden zijn die aanpassing van een vooraf overeengekomen in hoogte vaststaande vertrekvergoeding rechtvaardigen, bijvoorbeeld een ernstige verslechtering van de bedrijfseconomische omstandigheden waarmee onvoldoende rekening is gehouden bij het overeenkomen van de vertrekvergoeding. In lid 6 wordt de raad van commissarissen de bevoegdheid toegekend om bonussen ‘tot een passende hoogte’ aan te passen o.g.v. de redelijkheid en billijkheid.
– In een nieuwe lid 7 wordt de raad van commissarissen verplicht om een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare bonus in geval van een wisseling van de zeggenschap aan te passen, uiterlijk de dag voorafgaande aan de dag dat de bonus wordt uitgekeerd of de dag dat de zeggenschap wordt verkregen indien deze dag eerder is. Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat aanpassing van de bonus geschiedt voordat hij wordt uitgekeerd door de raad van commissarissen, in de samenstelling voordat de zeggenschap is gewisseld.
– In lid 8 wordt een terugvorderingsbevoegdheid gecreëerd voor de situaties waarin bonussen zijn betaald die achteraf gezien niet hadden behoeven te worden betaald. De aanpassingsplicht van lid 7 laat de mogelijkheid van terugvordering o.g.v. lid 8 onverlet. De wet laat de mogelijkheid onverlet dat vennootschappen bonussen onder opschortende of ontbindende voorwaarde uitkeren.
2. In een nieuw lid 6 bij artikel 2:383c BW is vastgelegd dat de raad van commissarissen via het jaarverslag verantwoording aflegt aan de algemene vergadering van aandeelhouders over het gebruik van de bevoegdheden van aanpassing en terugvordering.
ontwikkeling
07-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede kamer op 20 september 2010. Nota naar aanleiding van het verslag en nota van wijziging van 30 maart 2011.
In de nota van wijziging wordt het voorstel van wet op een aantal onderdelen aangepast. De belangrijkste wijzigingen zijn:
– In de definitie van het begrip ‘bonus’ in de tweede zin van artikel 2:135 lid 6 BW wordt het woord ‘variabele’ vervangen door ‘niet vaste’. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat niet alleen een in hoogte variabele beloning, maar ook een incidentele, in hoogte vaststaande beloning die afhankelijk is gesteld van het bereiken van een doel of het zich voordoen van een omstandigheid in aanmerking kan komen voor aanpassing en terugvordering, zoals een gegarandeerde bonus. Vertrekvergoedingen die overeengekomen zijn tussen de vennootschap en de bestuurder vallen ook onder het begrip ‘bonus’: de toekenning van deze vergoeding zal namelijk afhankelijk zijn gesteld van het (voortijdig) vertrek van de bestuurder. Er kunnen uitzonderlijke omstandigheden zijn die aanpassing van een vooraf overeengekomen in hoogte vaststaande vertrekvergoeding rechtvaardigen, bijvoorbeeld een ernstige verslechtering van de bedrijfseconomische omstandigheden waarmee onvoldoende rekening is gehouden bij het overeenkomen van de vertrekvergoeding.
– De reikwijdte van de change of control-bepaling in artikel 135 lid 7 wordt uitgebreid. De voorgestelde regeling beoogt te voorkomen dat een in het vooruitzicht gestelde vertrekvergoeding zo riant is, dat het risico bestaat dat een bestuurder vooral in zijn persoonlijke belang een fusie of overname wenselijk vindt, zonder dat de fusie of overname direct in het belang van de vennootschap is. Dit betekent dat de raad van commissarissen wordt verplicht om een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare bonus in geval van een wisseling van de zeggenschap aan te passen, uiterlijk de dag voorafgaande aan de dag dat de bonus wordt uitgekeerd of de dag dat de zeggenschap wordt verkregen indien deze dag eerder is. Op deze wijze wordt bewerkstelligd dat aanpassing van de bonus geschiedt voordat hij wordt uitgekeerd door de raad van commissarissen, in de samenstelling voordat de zeggenschap is gewisseld.
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Voorstel van wet en memorie van toelichting van 20 september 2010.
Dit wetsvoorstel introduceert onder andere een aanpassings- en terugvorderingsbevoegdheid van bonussen van bestuurders door de raad van commissarissen. De nieuwe regeling wordt geïntroduceerd voor naamloze vennootschappen maar ook voor banken en verzekeraars in de vorm van een coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of besloten vennootschap. Aan artikel 2:135 BW worden drie leden toegevoegd waarin dit een en ander wordt geregeld. In een nieuw lid 6 wordt een definitie gegeven van het begrip bonus (‘het variabele deel van de bezoldiging waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden’). Lid 6 kent de raad van commissarissen de bevoegdheid toe om bonussen ‘tot een passende hoogte’ aan te passen op grond van de redelijkheid en billijkheid. In een nieuw lid 7 wordt een verplichting geïntroduceerd om te toetsen aan de redelijkheid en billijkheid indien een openbaar bod wordt uitgebracht op de aandelen of certificaten van een vennootschap. In lid 8 wordt een terugvorderingsbevoegdheid gecreëerd voor de situaties waarin bonussen zijn betaald die achteraf gezien niet hadden behoeven te worden betaald. De aanpassingsplicht van lid 7 laat de mogelijkheid van terugvordering op grond van lid 8 onverlet.
Het wetsvoorstel laat de mogelijkheid onverlet dat vennootschappen bonussen onder opschortende of ontbindende voorwaarde uitkeren.
In een nieuw lid 6 bij artikel 2:383c BW is vastgelegd dat de raad van commissarissen via het jaarverslag verantwoording aflegt aan de algemene vergadering van aandeelhouders over het gebruik van de bevoegdheden van aanpassing en terugvordering.
