Wetgeving
Protocol betreffende de gedwongen of verplichte arbeid
Goedkeuring van het op 11 juni 2014 te Genève tot stand gekomen Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid (Trb. 2015, 32 en Trb. 2015, 194)in werking
12-06-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 22 december 2016. Rijkswet van 19 april 2017 tot goedkeuring van het op 11 juni 2014 te Genève tot stand gekomen Protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid (Trb. 2015, 32 en Trb. 2015, 194). Deze rijkswet treedt in werking met ingang van 1 augustus 2017.
Nederland heeft het in 2014 door de Internationale Arbeidsconferentie (‘IAC’) aangenomen Protocol bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid (
- verplichting om het gebruik van gedwongen of verplichte arbeid te voorkomen en uit te bannen;
- de door de lidstaten te nemen maatregelen ter bestrijding van gedwongen of verplichte arbeid;
- de verplichting om effectieve maatregelen te nemen ten aanzien van identificatie, bevrijding, bescherming, herstel en rehabilitatie van slachtoffers van gedwongen of verplichte arbeid, alsmede voor het verschaffen van andere vormen van bijstand en ondersteuning;
- de verplichting voor lidstaten om alle slachtoffers van gedwongen of verplichte arbeid ongeacht hun aanwezigheid op het nationale grondgebied of hun wettelijke status, effectieve toegang tot rechtsmiddelen te geven;
- de verplichting om maatregelen die genomen worden voor toepassing van het Protocol en het oorspronkelijke verdrag, vast te stellen bij nationale wet- of regelgeving of door de bevoegde autoriteiten na overleg met werkgevers en werknemersorganisaties.
wetsvoorstel
06-02-2017
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 22 december 2016. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 22 december 2016.
Dit wetsvoorstel strekt ter goedkeuring van het op 11 juni 2014 tot stand gekomen Protocol betreffende gedwongen en verplichte arbeid. De artikelen in normverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie dragen een instructiekarakter en zijn gericht tot de verdragsluitende staten, hetgeen in het algemeen in de weg zal staan aan de mogelijkheid van het inroepen van een rechtens afdwingbare aanspraak op een concrete prestatie in een individueel geval. Het Protocol beschrijft een verplichting voor lidstaten om het gebruik van gedwongen of verplichte arbeid te voorkomen en uit te bannen. Daarnaast dienen de lidstaten slachtoffers te beschermen en passende effectieve maatregelen te nemen, inclusief compensatie voor slachtoffers, en om degenen die verantwoordelijk zijn voor gedwongen arbeid te bestraffen. Ook wordt de lidstaten opgedragen om nationaal beleid te ontwikkelen en een actieplan uit te werken voor de bestrijding van gedwongen of verplichte arbeid. Eén en ander dient te worden afgestemd met werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede andere betrokken groepen. Tot slot dient nationaal beleid specifieke activiteiten te bevatten tegen mensenhandel met het oogmerk van gedwongen of verplichte arbeid. Hiermee legt het Protocol een verband tussen gedwongen of verplichte arbeid en mensenhandel.
