Wetgeving
Wijziging Algemene wet gelijke behandeling
Voorstel van wet van de leden Van der Ham, Van Miltenburg, Klijnsma, Jasper van Dijk en Van Gent tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling in verband met het annuleren van de enkele-feitconstructie in artikel 5, tweede lid, artikel 6a, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, van de Algemene wet gelijke behandelingin werking
07-09-2015
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 7 september 2010. Wet van 21 mei 2015 tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling in verband met het annuleren van de enkele-feitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling (Stb. 2015, 200) en treedt in werking met ingang van 1 juli 2015. Brief en Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juni 2015.
De wet in verband met het annuleren van de enkele-feitconstructie heeft een drieledig doel:
– het uit de Awgb schrappen van de enkele-feitconstructie, wegens de te ver gaande inbreuk op het beginsel van non-discriminatie die het oplevert;
– het zodanig herredigeren van de Awgb, dat duidelijk wordt dat de Awgb geen regels bevat over het gedrag van werknemers; en
– het – met behoud van de terminologie van de Awgb – aanpassen van de betrokken wetsartikelen aan de inhoud van artikel 4 van Richtlijn 2000/78/EG.
In plaats van de enkele-feitconstructie in de betrokken wetsartikelen zijn in de wet de volgende elementen opgenomen:
– de instelling moet een godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke grondslag hebben;
– de instelling mag met betrekking tot haar personeelsleden, leden of cliënten in het kader van haar personeelsbeleid besluiten nemen die discriminatie opleveren, maar alleen wegens godsdienst, levensovertuiging of politieke gezindheid, en ook alleen indien die discriminatie terug te voeren is tot de grondslag van de betrokken instelling;
– de daarbij gehanteerde kenmerken moeten daarenboven wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd zijn, gelet op de aard van de betrokkenheid – personeelslid, lid of cliënt – en de aard van de activiteiten en de context waarin de activiteiten worden uitgeoefend (bijvoorbeeld het uitoefenen van een bepaald beroep, of het afnemen van bepaalde diensten);
– het toegestane onderscheid mag niet verder gaan dan passend is, gelet op de houding van goede trouw en loyaliteit aan de grondslag van de instelling die mag worden verlangd;
– het verbod van onderscheid op andere gronden sluit niet uit dat voor de rechtvaardiging van indirect onderscheid een beroep gedaan kan worden op artikel 2 lid 1 van de wet.
In de wet is tot slot de samenloop geregeld met wetsvoorstel 33344 (wetsvoorstel tot wijziging van het BW en de Awgb met betrekking tot ambtenaren van de burgerlijke stand die onderscheid maken als bedoeld in de Awgb).
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Voorstel van wet en memorie van toelichting van 7 september 2010.
Dit wetsvoorstel haalt de enkele-feitconstructie op een zestal plaatsen uit de wet. Op grond van de Awgb is het maken van onderscheid op grond van ras, geslacht, homoseksuele voorkeur enzovoort toegestaan, zolang het onderscheid maar niet ‘op het enkele feit van’ deze gronden wordt gemaakt. De Awgb laat instellingen vrij om eisen te stellen ‘die nodig zijn voor de verwezenlijking van hun grondslag’, zonder aan deze eis beperkingen te stellen in het kader van legitimiteit of gerechtvaardigdheid. Los van de maatschappelijke problemen die deze bepalingen opleveren is de enkele-feitconstructie in strijd met artikel 4 van Richtlijn 2000/78/EG waarin de begrippen «legitiem» en «gerechtvaardigd» fundamenteel zijn.
De enkele-feitconstructie wordt geschrapt uit de artikelen die zien op de eisen in het kader van de vervulling van een functie in of het deelnemen aan het bijzonder onderwijs (art. 5 lid 2 onderdeel c en art. 7 lid 2), instellingen op politieke grondslag (art. 5 lid 2 onderdeel b), werkgevers- en werknemersorganisaties (art. 6a) en organisaties op religieuze grondslag, niet zijnde bijzondere scholen (art. 5 lid 2 onderdeel a).
