Wetgeving
Wijziging regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014
Regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 november 2016 tot wijziging van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157) Rectificatieoverige ontwikkelingen
06-12-2016
Overige ontwikkelingen
Regeling van 21 november 2016.
Uiterlijk 29 november 2016 moet de Richtlijn betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157) geïmplementeerd zijn in de Nederlandse regelgeving. Hiertoe is een nieuwe vergunning voor verblijf en arbeid voor overplaatsing binnen een onderneming ingevoerd. In artikel 1n BuWav is geregeld dat een werkgever van een persoon die in Nederland werkt op grond van deze vergunning is vrijgesteld van de tewerkstellingsvergunningsplicht. De voorwaarden waaronder intra-corporate transferees in Nederland mogen werken, waren vóór inwerkingtreding van de ICT-richtlijn geregeld in de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (RuWav). De richtlijn staat niet toe dat lidstaten voor dezelfde doelgroep nationale regelingen handhaven en dus moet de RuWav aangepast worden. De paragraaf wordt niet geschrapt omdat er situaties van overplaatsingen binnen een onderneming denkbaar zijn die niet onder de ICT-richtlijn vallen. Paragraaf 24 van de RuWav is na implementatie van de ICT-richtlijn daarom van toepassing op personen die niet onder de doelgroep van de richtlijn vallen, dus intra-corporate transferees die:
- korter dan drie maanden in Nederland komen werken;
- ten tijde van inwerkingtreding van de ICT-richtlijn (29 november 2016) als intra-corporate transferee in een andere EU-lidstaat werkzaam zijn;
- ten tijde van de inwerkingtreding van de ICT-richtlijn in een EU-lidstaat verblijven en bij een vestiging in Nederland gaan werken onder een Nederlandse arbeidsovereenkomst;
- de nationaliteit van een EU-lidstaat hebben maar nog geen gebruik kunnen maken van het recht op vrij verkeer van werknemers;
- de nationaliteit van Zwitserland of een EER-land hebben;
- op grond van een vrijhandelsverdrag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b van de ICT-richtlijn naar Nederland komen;
- een beroep kunnen doen op een standstill-bepaling.
Voor deze personen blijven de voorwaarden van deze paragraaf gelden.Voorts is beschreven onder welke voorwaarden managers, specialisten en trainees in Nederland kunnen werken wanneer zij op grond van een vrijhandelsverdrag binnen een onderneming worden overgeplaatst. Deze personen vallen echter ook onder de reikwijdte van de richtlijn. Intra-corporate transferees die onder een handelsverdrag vallen, kunnen daarom kiezen of zij op grond van de ICT-richtlijn of op grond van een handelsverdrag in Nederland komen werken. Dat er geen nationale regelingen naast de ICT-richtlijn mogen bestaan, betekent overigens dat wanneer iemand onder de doelgroep van de richtlijn valt, maar niet aan de voorwaarden voldoet, deze persoon dan ook niet onder een andere regeling (bijvoorbeeld de kennismigrantenregeling) in Nederland kan komen werken.
